Op 31-jarige leeftijd kroonde Mathieu van der Poel zich in Hulst zonder noemenswaardige tegenstand tot wereldkampioen veldrijden, zijn achtste al. Het was een demonstratie die de dominantie van de Nederlander nog eens onderstreepte, maar tegelijk riep ze ook vragen op. Hoe lang blijft hij dit kunstje nog herhalen, en wanneer schakelt hij definitief de focus naar de weg?
LEES OOK: Ondanks demonstratie onthult Van Der Poel opvallend gevoel na het WK
Twijfel over een crosswinterMathieu van der Poel liet na afloop verstaan dat zelfs hij daar nog geen sluitend antwoord op heeft. “Ik heb het oprecht zelf nog niet beslist”, klonk het eerlijk. De combinatie tussen een steeds langere wegcampagne en een intensieve crosswinter doet hem nadenken. “Nu lijkt de winter lang, maar dat komt ook door de wegplanning. Als je langer koerst en vroeger herbegint, is die winter automatisch minder lang.”
Dat betekent niet dat Van der Poel het veldrijden beu is, integendeel. “Ik cross nog altijd heel graag. De wedstrijden én de trainingen vind ik leuk, maar het blijft een heel intense periode.” Precies daarom speelt de gedachte om het misschien eens anders aan te pakken.
Voorlopig kiest Van der Poel eerst voor ontspanning. Hij trekt er enkele dagen op uit om te gaan skiën, vooraleer de knop definitief richting weg wordt omgedraaid. “Daarna bereid ik me voor op de wegcampagne in Spanje”, gaf hij nog mee.

Start van het wegseizoen blijft vraagteken
Ook over zijn eerste koers op de weg blijft de Nederlander vaag. Of hij aan de start staat van de Omloop Het Nieuwsblad, durft hij nog niet te zeggen. “Dat beslis ik pas de week voordien. Als ik me goed genoeg voel tijdens mijn voorbereiding, pak ik die er zeker bij.” Voelt dat niet zo, dan schuift hij zijn seizoensdebuut mogelijk op.
In dat geval lonkt opnieuw een alternatieve opener. “Anders wordt het weer de Tirreno-Adriatico.” Het tekent de houding van Van der Poel: niets forceren, luisteren naar het lichaam en pas beslissen wanneer alle puzzelstukken juist liggen. Eén ding is zeker: zelfs na een achtste wereldtitel blijft hij zichzelf vragen stellen.
Stan Strubbe