Arnaud de Lie lijkt weer helemaal terug te zijn. Voor het tweede jaar op rij kende hij in het voorjaar een bijzonder grote terugval, voor de buitenwereld eerder onverklaarbaar. De renner spreekt nu zelf over wat er zich enkele maanden terug heeft afgespeeld.
LEES OOK: Ongezien: Van der Poel verrast zelfs eigen vriendin met opvallende keuze
Signalen van burn-outIn de Tour de France was hij al de sterk, zijn eindwinst en ritzege in de Renewi Tour maakt duidelijk dat De Lie zichzelf helemaal heeft teruggevonden. Niemand die daar meer opgelucht over is dan de voormalige Belgische kampioen zelf. Het probleem leek zich voornamelijk af te spelen tussen de oren, zo verklaart hij.
“In de winter, bij de start van de trainingen, ging alles goed. Daarna ben ik ziek geworden. Dat was op zich niet zo erg, maar ik heb nadien om één of andere reden wel een klap gekregen. Alles werd plots... complexer. Trainen deed ik nog, maar niet meer met de passie die ik gewoonlijk heb”, duidt De Lie.
Het was dus een probleem van motivatie. “Ik was de goesting in de inspanning en de liefde voor de fiets kwijt. Op topniveau is dat dodelijk”, klinkt het bij HLN. “Alle puzzelstukjes moeten samenvallen voor je kan presteren. Ik trainde wel nog steeds volgens de regels. Ik deed alles wat ik moest doen. Ik trainde lang genoeg en in de juiste zones, daar ben ik zeker van. Maar het gevoél was er niet. Ik voelde me ellendig.”
En dan volgen er geen prestaties, zelfs een koers uitrijden werd een opdracht. “Als je het niet doet met de intentie om je te amuseren, wordt alles zoveel moeilijker. Als je niet gelukkig bent, geraak je niet vooruit. (droog) Dat kan een probleem zijn voor een coureur. Maar het is ook menselijk. Ik ben er zeker van dat mensen met een andere job dat ook ervaren.”
De glimlach is terug
Maar nu lijkt het tij dus weer helemaal gekeerd. Hij merkt uiteraard zelf een groot verschil: “Veel. Alles, zelfs. Ik voel dat ik fysiek vooruitgang maak. Maar nog belangrijker: ik kijk op een andere manier naar de sport. Ik moét niet gaan trainen, ik mág gaan fietsen.”
“Tijdens die moeilijke periode was het elke ochtend een gevecht om op te staan en mijn fiets op te stappen om te gaan trainen. Maar ik moest die kleine vonk terugvinden. Dat is nu gelukt.”