We zitten inmiddels in volle herstelperiode, waardoor het wegwielrennen quasi volledig naar de achtergrond verdwijnt. De focus verschuift naar het veldrijden, waar we straks ongetwijfeld ook Wout van Aert mogen verwelkomen. Daarvoor heeft hij volgens Eli Iserbyt meerdere redenen.
LEES OOK: Iserbyt komt met goed bewaard geheim Van Aert op de proppen
Een mooi programmaHet is voorlopig nog afwachten wanneer Van Aert zijn rentree zal vieren. Op 8 december staat er een eerste ploegstage gepland met Visma-Lease a Bike. Ofwel zien we hem een week voordien al eens in actie, ofwel keert hij pas na afloop van die ploegstage terug in het veld.
Dat zou dan kunnen gebeuren tijdens de cross in Antwerpen (Linkeroever) op 19 december. Ook Eli Iserbyt verwacht Van Aert daar terug, al houdt hij er tegenover HLN rekening mee dat de Kempenaar mogelijk al vroeger aan zijn crosswinter begint.
Bovendien verwacht Iserbyt dat Van Aert een behoorlijk gevuld programma zal afwerken. Dat heeft voor de Kempenaar op sportief vlak tal van voordelen, maar ook op een ander gebied plukt hij daar de vruchten van.

Flinke startpremie
Dat is namelijk op financieel vlak. Van Aert ontvangt voor elke cross immers ook een startpremie. Dat zorgt uiteraard voor een extra stimulans om regelmatig aan de start te verschijnen. Of zoals Iserbyt het weet te verwoorden: “Wout krijgt voor elke cross (waaraan hij meedoet uiteraard, nvdr) een mooie zak geld.”
Hoeveel die startgelden precies bedragen, verschilt van wedstrijd tot wedstrijd. Dat hangt onder meer af van de organisatie, het belang van de cross en de afspraken met de renner. Naar verluidt strijken toppers als Van Aert, maar ook Mathieu van der Poel, per cross zo tussen de 15.000 en 20.000 euro aan startgeld op.
Kevin De Jonghe