De organisatie van de Giro d'Italia heeft dinsdag een bijzonder spectaculair parcours voor 2027 gepresenteerd. De Italiaanse grote ronde krijgt niet alleen twee individuele tijdritten, maar ook een loodzware slotweek met een dubbele beklimming van de Mortirolo, de mythische Passo Gavia en een aankomst op de gevreesde Monte Zoncolan. In totaal moeten de renners liefst 50.250 hoogtemeters overwinnen, verspreid over 3.418,9 kilometer. Daarmee lijkt de 110e editie van de Giro een waar spektakelstuk te worden voor de klimgeiten. Wellicht ook iets voor Remco Evenepoel?

De Ronde van Italië begint op zaterdag 8 mei in Triëst, waar het peloton tijdens de openingsrit meteen een uitstapje naar Slovenië maakt. Een dag later wordt zelfs volledig op Sloveense bodem gekoerst, met een etappe van Ljubljana naar Koper. Daarna trekt de karavaan verder door Italië, waar in de vijfde rit al een eerste belangrijke afspraak voor de klassementsrenners wacht. De aankomst op Sassotetto staat bovendien in het teken van Michele Scarponi, die tien jaar eerder om het leven kwam.
Ook de eerste tijdrit laat niet lang op zich wachten. Tijdens de zevende etappe moeten de renners van Sulmona naar Campo di Giove, waarbij ze over een afstand van 19,6 kilometer liefst 650 hoogtemeters overwinnen. Twee dagen later volgt alweer een aankomst bergop op de Monte Livata, waardoor de strijd om de roze trui al voor de eerste rustdag behoorlijk op gang kan komen.
LEES OOK: Dan eindelijk officieel: Nieuwe vaste ploegmaat voor Evenepoel
Twee tijdritten en zware beklimmingen in tweede weekIn de tweede week krijgen de klimmers opnieuw verschillende mogelijkheden om hun concurrenten onder druk te zetten. Vooral de aankomsten op Zum Zeri en Piani di Bobbio springen in het oog, met steile slotbeklimmingen waarop de verschillen aanzienlijk kunnen oplopen. De veertiende etappe telt bovendien 4.900 hoogtemeters, waarna een dag later de tweede individuele tijdrit volgt. Ditmaal gaat het om een overwegend vlak parcours van 37,3 kilometer, met de start op het circuit van Monza en de finish in Milaan.
Toch heeft de organisatie het zwaarste werk duidelijk voor de laatste week bewaard. Na de tweede rustdag wacht op dinsdag 25 mei meteen een van de meest gevreesde bergetappes van de afgelopen jaren. De renners krijgen tussen Sondrio en Aprica over 192 kilometer liefst 5.700 hoogtemeters voorgeschoteld, waarbij ze niet alleen de Passo Gavia moeten bedwingen, maar ook tweemaal de legendarische Mortirolo. Vooral die laatste beklimming staat bekend om haar meedogenloze stijgingspercentages en kan de strijd om de eindoverwinning volledig op zijn kop zetten.
Zoncolan vormt laatste scherprechter: "Een van de mooiste parcoursen"
Alsof de dubbele Mortirolo nog niet voldoende is, volgen in de slotweek ook een aankomst in Madonna di Campiglio en de terugkeer van de Monte Zoncolan. De beruchte beklimming in de Karnische Alpen wordt tijdens de twintigste etappe vanuit Ovaro aangevallen, de bijzonder zware zijde waarop Chris Froome in 2018 nog een memorabele overwinning boekte. Met stukken die boven de twintig procent uitstijgen, vormt de Zoncolan op zaterdag 29 mei de laatste grote hindernis voor de kandidaat-winnaars, waarna de Giro een dag later traditioneel wordt afgesloten in Rome.

Voormalig Girowinnaar Stefano Garzelli is alvast bijzonder enthousiast over de gepresenteerde route. "Ik denk dat het parcours heel goed is ontworpen. Het is een van de mooiste parcoursen van de afgelopen tien jaar", verklaarde de Italiaan bij de officiële presentatie. Vooral de dubbele beklimming van de Mortirolo spreekt hem aan, mede vanwege de bijzondere geschiedenis van de berg met Marco Pantani. Ook parcoursverantwoordelijke Luca Guercilena is tevreden en benadrukt dat de organisatie een moderne ronde heeft willen ontwerpen waarin de kwaliteiten van de deelnemers optimaal naar voren komen. Of grote namen als Tadej Pogačar en titelverdediger Jonas Vingegaard zich door deze zware route laten verleiden, moet de komende maanden blijken.
WN Redactie