Het WK in Montréal leverde geen kunststukje van Mathieu van der Poel op. Toch hoeft de Nederlander volgens Johan Vansummeren niet naar zijn benen te kijken voor een verklaring. De ex-prof zag vooral hoe een tactisch chaotische wedstrijd uiteindelijk in het voordeel van de Amerikanen uitdraaide.
LEES OOK: Ex-prof slaat iedereen met verbazing met WK-uitspraak over afwezige Belg
Amerikanen hadden iets wat Van der Poel misteMet Quinn Simmons en Matteo Jorgenson beschikte Brandon McNulty over twee bijzonder sterke pionnen. De Verenigde Staten konden daardoor verschillende scenario's uitspelen, terwijl Van der Poel veel meer zelf moest oplossen.
“Als Mathieu het sterkste individu in koers was, dan was de VS het sterkste blok. McNulty had met Simmons en Jorgenson grote motoren in steun, die zonder druk rondreden.”
Vansummeren is er dan ook van overtuigd dat de regenboogtrui niet automatisch naar de renner met de beste benen ging. Van der Poel liet zich al bijzonder vroeg nadrukkelijk zien en betaalde daar volgens de voormalige winnaar van Parijs-Roubaix later de rekening voor.
“Mathieu was de sterkste renner in koers, maar hij is honderd procent te vroeg aan zijn werken begonnen. Wat geldt voor de Franse knechten, geldt ook voor hem: Mathieu heeft zijn benen kapotgereden in de verkeerde fase van de wedstrijd.”

Pogacar had alles kunnen veranderen
Net het ontbreken van één uitgesproken dominante renner maakte het koersverloop volgens Vansummeren bijzonder onvoorspelbaar. Daarbij komt hij uit bij een opvallende afwezige: Tadej Pogacar.
“De Sloveen was zonder twijfel mee geweest op het moment dat Van der Poel het WK dynamiteerde, om een ronde later aan zijn solo te beginnen. Nu reed er niemand in het peloton die er met kop en schouders bovenuit stak. En kreeg je chaos. Het was mooi om te zien dat er nog eens tactiek bij een WK te pas kwam.”
Stan Strubbe