Mathieu van der Poel weet dat het WK in Montréal op papier niet perfect bij hem past, maar van een kansloze missie wil de Nederlander niets weten. Integendeel zelfs. Na zijn verkenning van het loodzware parcours klinkt Van der Poel opvallend positief. Vooral als de koers hard én onvoorspelbaar wordt, denkt hij dat zijn kansen alleen maar toenemen.
Vooraf keek Van der Poel vooral met enige twijfel naar de Côte Camillien-Houde. De klim van 1,7 kilometer aan gemiddeld 7,4 procent is langer dan de korte explosieve hellingen waarop hij doorgaans uitblinkt.
Na zijn verkenning is zijn gevoel echter niet veranderd in pessimisme. “Het is gewoon een lastige omloop. Voor mij is het net op de limiet, maar het is zeker niet onmogelijk om hier vooraan mee te doen.”

LEES OOK: Evenepoel pakt uit met straffe woorden over Mathieu Van Der Poel
Van der Poel trekt vergelijking met GlasgowHet parcours doet Van der Poel zelfs enigszins denken aan het WK van Glasgow in 2023. Daar veroverde hij op indrukwekkende wijze de wereldtitel.
De vergelijking gaat volgens hem niet helemaal op, want de beklimmingen in Montréal zijn duidelijk langer en zwaarder. Toch herkent hij het nerveuze karakter van een stedelijk parcours met veel draaien, keren en voortdurend op en af gaan.
“Glasgow lag mij nog veel beter dan dit rondje”, blijft Van der Poel realistisch. Toch ziet hij één belangrijk voordeel: een slopende wedstrijd hoeft voor hem helemaal geen slecht nieuws te zijn.
‘Hoe harder, hoe beter’
Van der Poel hoopt juist dat de favorieten er een uitputtingsslag van maken. Naarmate de koers zwaarder wordt, verwacht hij dat de verschillen tussen pure klimmers en klassiekerrenners kleiner worden.
“Een zware koers vlakt op het einde bij iedereen de vermogenswaarden wat af, waardoor je als klassieke renner dichter bij de klimmers kunt aansluiten.”
Daar ligt volgens Van der Poel precies een van zijn sterke punten. Zelfs na urenlang afzien kan hij doorgaans nog bijzonder hoge vermogens produceren. “Als ik goed ben, geldt: hoe harder, hoe beter.”
Tegelijkertijd weet hij dat mannen als Remco Evenepoel en Paul Seixas juist óók uitstekend uit de voeten kunnen wanneer een wedstrijd zowel explosief als bijzonder zwaar wordt.
Monstersolo geeft vertrouwen
Aan zijn eigen vorm hoeft Van der Poel voorlopig niet te twijfelen. Vorige week verbaasde hij nog met een solo van liefst 175 kilometer in de slotrit van de Ronde van Luxemburg.
Die inspanning was deels bedoeld als laatste zware trainingsprikkel richting het WK. Van der Poel wilde aanvankelijk vooral vanuit een vluchtgroep een harde koersdag verzamelen, maar eindigde uiteindelijk urenlang alleen voorop.
“Het geeft aan dat het met de vorm wel goed zit”, beseft hij. Tegelijkertijd weigert hij daar grote conclusies aan te verbinden. Montréal wordt volgens hem een totaal andere wedstrijd.
Chaos kan Van der Poel helpen
Juist het onvoorspelbare karakter van een WK ziet Van der Poel als een mogelijke troef. Zonder oortjes kan een gevaarlijke situatie snel ontstaan en zullen veel landen proberen vooruit te lopen op een aanval van de grote favorieten.
Door het ontbreken van Tadej Pogačar ziet bovendien een veel grotere groep renners plots mogelijkheden om wereldkampioen te worden.
Van der Poel sluit dan ook niet uit dat hij zelf vroeg zal anticiperen, maar wil dat volledig laten afhangen van zijn benen en het koersverloop.
“Dat is het mooie aan zo’n WK: het is heel onvoorspelbaar. Zeker zonder communicatie via oortjes kan het zomaar ineens gebeurd zijn. En ik denk dat dat wel iets is wat mij goed ligt.”
De Nederlander start daarmee niet als dé te kloppen man, maar lijkt zich daar allerminst druk over te maken. Hoe harder en chaotischer het zondag wordt, hoe liever Van der Poel het heeft.
WN Redactie