Ook bij de vrouwen wordt met Luik-Bastenaken-Luik het sluitstuk van het voorjaar afgewerkt. Stilaan kunnen de balans en de belangrijkste conclusies worden opgemaakt — en daarbij springt één naam er in België duidelijk uit.
LEES OOK: Kopecky verrast met verschijning op wel heel opmerkelijke plek
Revelatie van het voorjaarUiteraard mag Lotte Kopecky niet over het hoofd worden gezien, maar gezien haar status worden zulke prestaties ook verwacht. Dat ligt helemaal anders bij Fleur Moors. De amper 20-jarige renster was de voorbije maanden bijna overal aanwezig en liet week na week haar talent zien.
Volgens Ine Beyen is er dan ook weinig twijfel mogelijk. “Zonder chauvinistisch te klinken, mogen we haar tot één van de revelaties van het voorjaar uitroepen”, schrijft ze in haar column bij Het Nieuwsblad.
“Ze heeft de stap naar de wereldtop gezet, ze heeft er ook een heel consistent voorjaar opzitten. Toen ze in Oetingen begon met een tweede plaats, waren we nog een beetje verbaasd. Sindsdien heeft ze elke wedstrijd bevestigd”, aldus Beyen.

Toekomst oogt rooskleurig
Moors bekroonde haar sterke campagne met een twaalfde plaats in de Amstel Gold Race. Eerder werd ze al vijfde in de Brabantse Pijl en zat ze dicht bij winst in In Flanders Field, waar Lorena Wiebes uiteindelijk net iets sneller was.
Beyen is er zelfs van overtuigd dat mits meer hulp er voor Moors nog meer had ingezeten in de Amstel. “Ik vind dat ze nog iets te vaak met haar neus in de wind koerst. Als Lidl-Trek meteen haar kaart had getrokken en haar beter uit de wind had gezet, dan had er meer ingezeten. Gemiste kans, zeg ik dan”, is Beyen duidelijk.
Het voorjaar van Moors onderstreept meteen haar veelzijdigheid. Ze komt op verschillende soorten parcours tot haar recht en lijkt nog lang niet aan haar plafond te zitten. “En ze vertelde me dat ze ook nog graag Parijs-Roubaix had gereden. Daar heeft de ploeg haar toch weggehouden, net zoals ze de twee Waalse klassiekers niet rijdt. Al ben ik nog benieuwd hoe goed ze zou zijn op de langere hellingen van de Ardennen”, besluit Beyen.
Kevin De Jonghe