Jasper Philipsen begint het Vlaamse openingsweekend als één van de kanshebbers, al schuift hij zichzelf niet meteen naar voren als topfavoriet. De Belg van Alpecin beseft dat er veel moet samenvallen om te winnen in de Omloop Het Nieuwsblad, en ziet vooral de aanwezigheid van Mathieu van der Poel als bepalend voor de aanpak van zijn ploeg.
Vorig jaar kwam Philipsen al dicht bij de zege, maar moest hij in de sprint genoegen nemen met een ereplaats. Dit keer ligt de situatie anders, met een uitgesproken kopman binnen de ploeg en meerdere scenario’s om de koers naar zich toe te trekken.
LEES OOK: 'Van der Poel zorgt plots voor onverwachte sensatie'
Weerfactor speelt grote rolVoor Philipsen zelf is het openingsweekend altijd een moment waar hij naar uitkijkt, al is dat niet zonder nuance. “Vlaamse klassiekers bezorgen me kriebels in de buik”, klinkt het. “Maar eerlijk: zelf rijd ik liever in goed weer. Geef mij maar de setting van zo’n Ronde van de Algarve.”
De weersvoorspellingen maken hem dan ook niet meteen enthousiast. “Het wordt niet plezant als het bij vijf graden oude wijven regent. Maar dan zal het zijn wat het is: een ambetante dag waar je onvermijdelijk door moet.”

Toch klinkt hij gerust over zijn vorm. “Mijn conditie is vergelijkbaar met die van vorig jaar. Na een prima winter met kwaliteitsvolle training, deels onder de Spaanse zon en deels in het Syncrosfera-hoogtekamerhotel, haal ik nu al een goed niveau. Ik heb er vertrouwen in dat ik een sterke wedstrijd kan rijden.” Tegelijk blijft hij realistisch. “Om te winnen moet alles voor mij in de juiste plooi vallen.”
Duidelijke rolverdeling met Van der Poel
De aanwezigheid van Mathieu van der Poel verandert volgens Philipsen vooral de dynamiek binnen de ploeg. Waar Alpecin-Deceuninck anders misschien met een meer open koersplan zou starten, ligt de hiërarchie nu duidelijker vast.
“Voor mij persoonlijk verandert er niet zoveel, omdat ik ook voordeel kan halen uit zijn aanwezigheid”, legt Philipsen uit. “Maar qua groepsdynamiek is het anders. Zonder hem zouden we misschien met een opener vizier koersen. Nu staan we collectief sterker, starten we met een duidelijker plan en vooral met een duidelijke kopman.”
Wat dat concreet betekent voor het koersverloop, wil Philipsen nog niet voorspellen. “Of het een sprint wordt, hangt sterk af van de omstandigheden. Een offensieve koers, een sprint… we zijn voorbereid op meerdere scenario’s en moeten overal kunnen meespelen voor de zege.”
Vertrouwen in vernieuwde kern
Ondanks het vertrek van enkele ervaren krachten, ziet Philipsen zijn ploeg niet verzwakt. Integendeel, hij benadrukt dat de kern nog altijd sterk genoeg is om het verschil te maken in de klassiekers.
“De basiskern is grotendeels overeind gebleven”, zegt hij. “Voor mij en ook voor Kaden Groves was het belangrijk dat Edward Planckaert gebleven is. Hij is een typische laatbloeier die de afgelopen jaren grote stappen heeft gezet en echt van goudwaarde is.”
Ook de nieuwkomers stemmen hem positief. “Met Florian Sénéchal halen we iemand met veel ervaring in huis. En op stage maakte Jonas Geens een uitstekende indruk. Dat is een sterke, onderschatte renner met veel potentieel.”
Met die mix van ervaring en talent kijkt Philipsen met vertrouwen vooruit, al blijft de realiteit van het openingsweekend onvoorspelbaar. Zondag krijgt hij alvast een nieuwe kans, wanneer hij in Kuurne-Brussel-Kuurne zijn titel verdedigt.
WN Redactie