Na jaren van zwoegen en zweten heeft Wout van Aert eindelijk een kasseimonument op zijn naam geschreven. Een overwinning die niet alleen bij hemzelf, maar in heel wielerminnend België voor euforie zorgde. Ook collega-renners delen in de vreugde, onder wie Oliver Naesen, die vol lof sprak over Van Aerts prestatie.
LEES OOK: Dit detail maakt het verschil: Naesen onthult geheim van Van der Poel
De perfecte sprintIn de podcast van HLN analyseerde Naesen de beslissende sprint tot in detail. “Wout timede zijn sprint perfect,” klonk het. “We hadden ’s ochtends in de bus nog verschillende sprints uit het verleden bekeken. Het moment waarop hij aanging, was exact wat wij ook hadden aangeduid. En hij moest wel, want het is zeldzaam dat iemand die op kop ligt in de laatste 250 meter nog verliest.”
Van Aert zelf omschreef zijn zege achteraf als zijn “levenswerk”. Een uitspraak waar Naesen zich volledig in kan vinden. “Je kan het niet mooier schrijven. Hij werd door velen al een beetje afgeschreven, en dan wint hij plots één van de belangrijkste wedstrijden van het jaar.”
Moet Van Aert nu stoppen?

Toch rijst de vraag: wat nu? Wielerjournalist Bram Vandecapelle werpt een opvallende bedenking op. “Is dit niet het moment om te stoppen? Wat gaat er ooit nog beter zijn dan dit moment?” Hoewel hij zelf aangeeft dat Van Aert niet zal stoppen, noemt hij het wel een uniek momentum. “Het zal nooit intenser of beter worden dan dit. Tenzij hij later dit jaar nog wereldkampioen wordt.”
Naesen nuanceert die stelling. Volgens hem is Van Aerts carrière nu al meer dan geslaagd. “Maar twee monumenten op je palmares staat natuurlijk altijd nog net iets beter dan één,” voegt hij eraan toe.
Hij vergelijkt het met een schoolrapport: “Vroeger was je met 51 procent geslaagd. Wout heeft 99 procent gehaald. Dat zegt alles.” Toch blijft er één constante in het verhaal van Van Aert: de vergelijking met Mathieu van der Poel. Volgens Naesen is die vergelijking doorheen de jaren oneerlijk geworden.
“Er is altijd wel een ‘bigger fish’,” zegt hij. “Maar Wout moet ook eens naar beneden kijken. Hij bewijst zichzelf geen dienst door zich constant met Mathieu te vergelijken.”
Kevin De Jonghe