Wie de absolute wereldtop in het wielrennen volgt, ziet tijdens trainingsblokken opvallend vaak dezelfde locatie terugkeren. Livigno is uitgegroeid tot een geliefde uitvalsbasis voor toppers als Tadej Pogacar, Jonas Vingegaard en Wout van Aert. Jan Bakelants legt uit waarom.
LEES OOK: Vingegaard sneert naar Pogacar: "Word moedeloos van hem"
Meer dan alleen trainen op hoogteHet principe van een hoogtestage is natuurlijk niet nieuw. Toch weet Livigno zich steeds nadrukkelijker te onderscheiden van klassieke alternatieven zoals de Sierra Nevada en de Teide. Volgens Bakelants heeft dat lang niet alleen met de trainingsmogelijkheden te maken.
Zelf kent hij de Italiaanse bestemming uitstekend. Ook Van Aert kiest er regelmatig voor om zijn trainingsarbeid af te werken. "Ik kom hier al sinds mijn eerste profjaren als veldrijder", vertelde Van Aert eerder nog.
Een belangrijk verschil zit volgens Bakelants in de uren waarop de fiets aan de kant staat. Renners verblijven soms weken op hoogte en moeten zich ook mentaal goed blijven voelen. "Je hebt er ook nog 'een leven'. En de belangrijke mentale balans tussen trainingsbelasting en gewoon 'mens zijn' kan bewaken."
Dat verklaart volgens Bakelants eveneens waarom partners gemakkelijker mee afreizen. Hij haalt daarbij Remco Evenepoel en Oumi Rayane aan. In Livigno zijn restaurants, terrasjes en meer dan tweehonderd belastingvrije winkels te vinden, waardoor een verblijf niet uitsluitend rond trainen en herstellen hoeft te draaien.
Eenzaamheid kan zwaar doorwegen
Op andere populaire trainingsplekken ziet het dagelijkse leven er helemaal anders uit. Wie bijvoorbeeld voor de Teide kiest, bevindt zich veel meer afgezonderd. Na de trainingsuren zijn de mogelijkheden er een stuk beperkter.
Net dat mag volgens Bakelants niet onderschat worden. Renners kunnen fysiek de perfecte omstandigheden hebben, maar wekenlange afzondering kan uiteindelijk ook tegen hen werken. "In zo'n omstandigheden voel je je best eenzaam op zo'n bergtop", stelt hij.
Ook de accommodatie speelt een rol. Hotel La Tea in Trepalle is volgens Bakelants intussen bijzonder populair binnen het peloton. Grote luxe hoeven de renners daar niet te verwachten, maar wel een persoonlijke aanpak. "Een basic hotel, niks speciaals. Maar waar de uitbaatster er wel voor zorgt dat je je thuis voelt en niets tekortkomt."
Stan Strubbe