Na het wereldkampioenschap in Montréal blijven er heel wat vragen hangen, zeker in het Belgische kamp. Waar vooraf nog zoveel verwachtingen waren, kwamen die tijdens de wedstrijd uiteindelijk helemaal niet tot uiting. Over één specifiek punt had Jan Bakelants nochtans vooraf gewaarschuwd.
LEES OOK: "Dat denk ik niet…": Boonen zag wat niemand zag bij Wout van Aert
Bakelants haalt zijn gramIn zijn column bij Het Laatste Nieuws gaf Bakelants voorafgaand aan het WK Wout van Aert, een persoonlijke vriend en trainingsmakker, het advies om zichzelf tot de absolute finale in spaarmodus te zetten. Daar zou hij dan nog iets kunnen proberen.
Dat gebeurde niet. Van Aert trok al vroeg alle registers open en kwam uiteindelijk nooit in aanmerking voor de wereldtitel. Gezien het wedstrijdverloop lijkt Bakelants achteraf gelijk te hebben gekregen met zijn bevindingen. Dat laat de analist nu ook fijntjes weten.
“Nu kan ik ook zeggen: had Van Aert maar naar mij geluisterd”, haalt hij zijn gram. “Want het is uitgekomen wat ik vooraf zei: de enige kans voor Van Aert om voor de prijzen te rijden, was door afwachtend te koersen. Als hij had gewacht en zich had verstopt, was hij veel verder gekomen”, blijft Bakelants overtuigd.

Torenhoge bewijslast
Zijn redenering komt volgens Bakelants niet uit de lucht vallen. Enkele renners die zich tijdens de wedstrijd amper of helemaal niet lieten zien, reden in de absolute finale nog voor een medaille. “Mijn bewijs daarvoor: Mads Pedersen”, haalt Bakelants de nummer zes van het WK aan.
De Deen vocht in de slotfase zelfs nog mee om de wereldtitel en kwam uiteindelijk dicht bij een medaille. “Die heb je de hele dag niet gezien, maar door gewoon zijn eigen koers te rijden, spurt hij wel voor de medailles. Voor Michael Matthews geldt een beetje hetzelfde: die pakt zelfs zilver, maar dat is toch geen betere coureur dan Van Aert, of wel?”, is de analist stellig.
Volgens Bakelants had Van Aert op een bepaald moment bovendien een andere keuze moeten maken. “Toen Van Aert gelost werd bij Van der Poel had hij meteen moeten wachten op Evenepoel. Uiteindelijk heeft dat 30 kilometer geduurd, maar ik snap dat die dingen in een koers zonder oortjes soms zeer moeilijk in te schatten zijn.”
Kevin De Jonghe