De Tour de France ligt nog maar net achter de rug, of er ligt alweer een nieuwe grote ronde op ons te wachten. Dat uiteraard met de Vuelta, de derde en meteen ook laatste grote ronde van het seizoen. Andermaal met opvallend weinig sprinttoppers aan de start.
LEES OOK: 'Drievoudig Belgisch drama vlak voor start Vuelta'
Sprinters blijven thuisGeen uitzonderlijk gegeven de laatste jaren. Zo zagen we in de Vuelta de echte sprinters maar met mondjesmaat aan het werk. Dat is dus ook dit jaar opnieuw het geval, met eigenlijk enkel Matthew Brennan aan de start als rasechte sprinter. Daarnaast krijgen we ook een duel tussen Mads Pedersen en Wout van Aert.
Zij behoren echter geenszins tot de categorie van sprinters. Die kiezen dit jaar – andermaal – voor de Renewi Tour. Merlier, Philipsen, Milan, Magnier, Kooij,… ze kiezen allemaal voor de rittenkoers in België en Nederland. Voor het sprintgeweld moet u dan ook in de Lage Landen zijn.
Het is echter geen toeval dat de snelle mannen de Vuelta links laten liggen. Uiteraard hebben velen van hen er ook nog maar net een Tour opzitten, maar voornamelijk het – veeleisende – parcours in Spanje speelt daarbij een rol.

Selectief parcours
Dat weet Christoph Roodhooft, ploegleider bij Alpecin-Premier Tech, uiteraard maar al te goed. “Je moet echt een complete sprinter zijn om in de Vuelta ritten te kunnen winnen. Daarmee bedoel ik iemand die relatief comfortabel internationale parcoursen aankan. Zowel Groves als Philipsen behoren tot die categorie.” Groves zal van de partij zijn in Spanje, zijn laatste grote wedstrijd voor de ploeg.
Voor Soudal Quick-Step zal Alberto Dainese de dienst uitmaken, geen M&M dus; “Voor Magnier is een tweede grote ronde op een jaar nog wat te veel van het goede. En voor een Merlier is het net iets te zwaar”, aldus CEO Jurgen Foré bij Het Nieuwsblad.
Marc Sergeant stipt daarbij aan dat zeker het mentale aspect hierin een bepalende rol speelt. Een sprinter wordt in de Vuelta immers tot het absolute uiterste gedreven. “Voor misschien een handvol sprintkansen moet je wel drie weken afzien.”
“Je mag niet onderschatten wat zo’n grote ronde mentaal vergt van die sprinters. Iemand als Merlier ziet dat parcours en denkt: hoe moet ik daaraan beginnen?”, toont Sergeant begrip voor de keuze van de snelle mannen.
Kevin De Jonghe