Een Belgische medaille zat er zondag niet in op het WK en dat zorgde achteraf voor een scherpe analyse van José De Cauwer. De voormalige bondscoach wilde het optreden van de volledige selectie niet afschrijven, maar over het uiteindelijke resultaat bestond voor hem weinig discussie.
LEES OOK: Belgische ploegmaats doen boekje open over WK van Remco Evenepoel
Van Aert krijgt wél kredietDe Cauwer maakte nadrukkelijk een onderscheid tussen het geleverde werk en wat België daar uiteindelijk mee kon bereiken. Renners als Alec Segaert en Gianni Vermeersch voerden volgens hem hun opdrachten uit, terwijl ook Wout van Aert zijn bijdrage leverde toen de wedstrijd al vroeg openbrak.
“Spreken van een totale flop dat zou niet mooi zijn tegenover de renners. Segaert, Vermeersch, ... die hebben hun best gedaan en hun rol gespeeld. Ook Wout van Aert heeft een mooie rol gespeeld door de vlucht van Mathieu van der Poel te controleren.”
Daarmee kwam België aanvankelijk nog in een interessante positie terecht. Alleen ontbrak vervolgens de verwachte volgende stap van de kopman.
“Dan moet Remco komen, maar die komt niet. En dus volgt de conclusie die de renners zelf al getrokken hebben: niet goed genoeg. Als je als wereldkampioen tijdrijden een week nadien de puntjes op de i wilde zetten, dan is dat absoluut niet gebeurd.”

De benen spreken
Volgens De Cauwer hoeft België de oorzaak niet bij een verkeerd strijdplan te zoeken. Het zware parcours in Montréal legde de krachtsverhoudingen bloot en maakte het bijzonder moeilijk om een mindere dag te verbergen. “Ze waren gewoon niet goed genoeg. Het parcours loog niet.”
Van een complete Belgische flop wilde De Cauwer uiteindelijk niet spreken. Zijn eindbalans bleef niettemin bijzonder duidelijk: verschillende helpers deden wat van hen gevraagd werd, maar op het moment dat de absolute finale begon, kon België niet meer antwoorden.
Stan Strubbe