Remco Evenepoel heeft in de negentiende etappe van de Tour de France opnieuw laten zien dat hij de grootste uitdager van Tadej Pogacar is. De Belg moest op de Alpe d’Huez weliswaar ruim twee minuten toegeven op de ontketende geletruidrager, maar was achter de Sloveen opnieuw de sterkste klassementsrenner. Toch hield hij na afloop een dubbel gevoel over aan zijn prestatie.
Volgens Evenepoel werd een aanval in de finale namelijk gehinderd door het massaal toegestroomde publiek en de aanwezige motoren op de iconische beklimming.

LEES OOK: Evenepoel kijkt vooruit naar belangrijke dag
“Mijn aanval moest in twee keer”Evenepoel zag al snel dat Pogacar opnieuw over uitzonderlijke benen beschikte. “Je voelde eigenlijk wel aankomen dat Tadej vandaag weer zo’n gek nummer zou opvoeren”, vertelde hij na afloop. “Het was gewoon mission impossible om hem te volgen.”
Daarna koos de Belg zijn eigen tempo in de groep met de overige klassementsrenners. “Ik zat comfortabel in het wiel van de mannen van Decathlon. Ik vond dat het tempo niet bijzonder hoog lag en daarom besloot ik op vijf kilometer van de top aan te vallen.”
Die poging verliep echter niet zoals gepland. “Ik moest mijn aanval in twee keer plaatsen, omdat ik werd geblokkeerd door supporters en motoren. Dat is jammer, want het had misschien een ander resultaat opgeleverd.”
Volgens Evenepoel was het gezien de enorme mensenmassa bijna onvermijdelijk dat het ergens fout zou gaan. “Met zoveel publiek was het ergens wel te verwachten dat er iets zou mislopen. Alleen jammer dat het net bij mij gebeurde.”
Blik op de koninginnenrit
De Belg gaf toe dat het op de Alpe d’Huez niet eenvoudig was om geconcentreerd te blijven. “Je moet voortdurend opletten. Mijn rechteroor suist zelfs nog steeds van al het lawaai. Gelukkig draag ik links een oortje.”
Ondanks de hinder kijkt Evenepoel met tevredenheid terug op zijn eerste beklimming van de Alpe d’Huez in wedstrijdverband. “Het was een geweldige ervaring. Ik ben vooral heel tevreden dat ik achter Pogacar opnieuw de beste klassementsrenner was.”
Met de zware slotrit van zaterdag in aantocht richt de nummer twee in het klassement zijn vizier nu op het veiligstellen van zijn podiumplaats. “We gaan geen gekke dingen doen. Er kan nog altijd van alles gebeuren. Het wordt een heel ander type etappe, met veel langere beklimmingen aan een constant tempo. Dat zou mij normaal gezien beter moeten liggen dan vandaag.”
WN Redactie