Voor Mathieu van der Poel staat de negentiende etappe van de Tour de France vooral in het teken van overleven. De Nederlander rekent zichzelf niet tot de kanshebbers voor de ritzege, maar kijkt wel uit naar zijn eerste passage over de legendarische Alpe d’Huez in wedstrijdverband.
Toch is de iconische beklimming niet volledig onbekend terrein voor de renner van Alpecin-Premier Tech. “Ik heb er nog wel een herinnering aan van toen ik heel jong was”, vertelde Van der Poel aan de NOS. “Maar ik weet er eigenlijk niet zo veel meer van. Dat is inmiddels ook alweer meer dan twintig jaar geleden.”
Met een knipoog voegde hij eraan toe: “Toen woog ik ook een stuk minder. Misschien reed ik toen zelfs wel sneller naar boven.”

LEES OOK: Roodhooft cynisch na overwinning Philipsen: "Puur geluk!"
“Het publiek maakt het bijzonder”Van der Poel verwacht vooral veel sfeer op de flanken van de Alpe d’Huez, waar traditioneel tienduizenden wielerfans samenkomen. “Als je de beelden ziet, weet je dat het enorm druk zal zijn. Dat maakt zo’n beklimming ook speciaal. Door al dat publiek lijkt de tijd soms wat sneller voorbij te gaan.”
Of hij na afloop nog steeds zo enthousiast zal zijn, moet volgens hem nog blijken. “Dat zal ik straks wel weten. Maar het is natuurlijk altijd leuker als er veel mensen langs de kant staan.”
“Ik ben al blij als ik boven raak”
De Nederlander verwacht niet dat hij een hoofdrol zal spelen in de strijd om de dagzege. Zijn belangrijkste doel is simpelweg de finish bereiken.
Op de vraag of hij de fans misschien met een wheelie zal trakteren, reageerde Van der Poel lachend. “Dat weet ik nog niet. Ik ben al blij als ik de Alpe d’Huez haal.”
De vorige keer dat de Tour de France op de iconische klim finishte, in 2022, was Van der Poel al niet meer van de partij. “Ik kijk er in ieder geval naar uit om hem nu eindelijk eens in koers te rijden.”
WN Redactie