Het is een rivaliteit die intussen al jaren meegaat, al mogen we ze gerust een gezonde rivaliteit noemen: die tussen Wout van Aert en Mathieu van der Poel. Samen leverden ze al heel wat iconische duels af, maar één moment springt er mogelijk toch bovenuit.
LEES OOK: Slimme tip: maak WielerNieuws jouw vaste bron op Google
Ronde van Vlaanderen 2020Van Aert pakte enkele weken geleden in Paris–Roubaix zijn tweede Monument, terwijl Van der Poel er intussen al acht op zijn naam heeft staan. Zijn eerste kwam er in 2020, toen hij Van Aert klopte in een spannende sprint in de Tour of Flanders.
Achteraf wordt dat duel vaak gezien als een kantelmoment in hun onderlinge strijd. Voor Van der Poel zelf is dat echter niet zo zwart-wit. In gesprek met La Gazzetta dello Sport blikt hij er nuchter op terug.
“Of dat hét keerpunt was? Dat weet ik niet. Misschien lag het echte keerpunt eerder toen ik door rugproblemen in de winter moest stoppen met veldrijden. Daarna terugkeren op mijn niveau was allesbehalve vanzelfsprekend", spreekt hij over de winter van 2021.
Zonder veel woorden
Een jaar later dus, maar toch erkent Van der Poel dat die bewuste sprint in 2020 wel degelijk impact had. “Dat jaar liep niet alles perfect. Na de Tirreno–Adriatico ben ik nog naar Livigno gegaan om me voor te bereiden op de Ronde van Vlaanderen.”
Daar viel dan uiteindelijk alles in zijn plooi, waar iedereen dacht dat Van Aert – zeker destijds – de sterkste zou zijn in de spint “Als ik daar had verloren, was er dan iets anders gebeurd? Dat weet ik niet.”
Toch lijkt hij zelf ook aan te voelen dat die overwinning wel degelijk een rol heeft gespeeld in de verdere gang van zaken, al blijven de expliciete woorden dan wel uit.
Kevin De Jonghe