Met de Ronde van Vlaanderen in aantocht schuift Johan Bruyneel één naam onverbiddelijk naar voren als dé te kloppen man. Ondanks de sterke prestaties van Mathieu van der Poel en de opbouw van Wout van Aert, ziet de voormalige ploegleider vooral één renner die er momenteel bovenuit steekt: Tadej Pogacar.
LEES OOK: Analist ziet groot probleem voor Van Der Poel richting De Ronde
“Hij is het grootste probleem”Mathieu van der Poel gaf met zijn zege in de E3 Saxo Classic nog maar eens een krachtig signaal richting Vlaanderen. Toch is dat volgens Bruyneel geen garantie op succes volgende zondag. “Hij is er klaar voor, maar er is één probleem: Tadej Pogacar”, zegt hij in de podcast THEMOVE

Volgens Bruyneel geldt dat niet alleen voor Van der Poel, maar voor het hele peloton. De Sloveen verkeert momenteel in een vorm die moeilijk te evenaren lijkt. “Dat is zijn probleem, en voor de komende koersen”, klinkt het veelzeggend.
De analist verwijst daarbij ook naar Milaan-Sanremo, waar Pogacar volgens hem eigenlijk al had kunnen domineren. “Zonder die valpartij was hij waarschijnlijk solo gegaan op de Cipressa en had hij de koers gewonnen zoals hij wilde.”
Grenzen lijken nog niet in zicht
Wat Bruyneel vooral opvalt, is dat Pogacar ogenschijnlijk nog niet aan zijn limiet zit. “The sky is the limit”, stelt hij. De Sloveen blijft zichzelf heruitvinden en lijkt elk type koers naar zijn hand te kunnen zetten.
Daarbij gaat Bruyneel zelfs nog een stap verder. Hij sluit niet uit dat Pogacar in staat is om alle vijf de Monumenten in één seizoen te winnen, een prestatie die in het moderne wielrennen als quasi onmogelijk wordt beschouwd.

“De moeilijkste heeft hij al binnen met Milaan-Sanremo”, zegt Bruyneel. “Wat kan hem nog tegenhouden?” Enkel externe factoren, zoals pech of koerssituaties in wedstrijden als de Ronde van Vlaanderen en Parijs-Roubaix, zouden roet in het eten kunnen gooien.
Weinig illusies voor de concurrentie
Voor renners als Van der Poel en Van Aert betekent dat dat ze misschien beter zijn dan ooit, maar dat ze het opnemen tegen iemand die momenteel op een ander niveau lijkt te opereren.
Pogacar heeft inmiddels vier Monumenten op zijn naam staan en mist enkel nog Parijs-Roubaix op zijn erelijst. De honger is groot, de vorm nog groter.
Als we Bruyneel mogen geloven, wacht de concurrentie in Vlaanderen een bijzonder zware opdracht. Niet omdat zij tekortschieten, maar omdat er op dit moment één renner rondrijdt die het wielrennen naar zijn hand lijkt te zetten, ongeacht het parcours.
WN Redactie