Moet Thibau Nys de route Van der Poel volgen? Het is een vraag die steeds luider klinkt nu Mathieu van der Poel ook deze winter weer boven de cross uitsteekt. Thibau Nys twijfelt niet aan zijn vorm, maar is wel eerlijk over wat beter kon. “Ik heb de laatste weken te veel het gevoel gehad dat ik iets heb laten liggen.” Foutjes dus, en dat knaagt.
LEES OOK: Preview WK Veldrijden: Is Van der Poel te verslaan?
Geen stressNys benadrukt dat paniek niet nodig is. “Ik ben gewoon oké, gewoon goed. Ik ben blij met de vorm, waarmee ik hier aan de start sta", begint Nys op een persmoment voorafgaande het WK veldrijden in Hulst. Alles eruit halen wat erin zit, dat is het uitgangspunt. Of dat volstaat om Van der Poel te volgen, is volgens hem geen zwart-witverhaal. “En of ik Mathieu wel of niet kan volgen, is ook zo parcours-gebonden.”
Dat relativeert hij meteen met enkele voorbeelden. “In Maasmechelen en Hoogerheide was dat ook met goede benen niet gelukt.” Nys is realistisch en geeft toe dat hij deze winter al beter is geweest. “Ik heb het gevoel dat ik een paar procentjes achtersta, ten opzichte van de eerste weken van het seizoen.”
Van der Poel achterna?
Toch spreken de resultaten voor zich. “Maar mijn resultaten laten wel zien dat ik gewoon dik oké ben.” De vergelijking met Van der Poel dringt zich op, zeker gezien hun verschillende winterplanning. Van der Poel startte later en lijkt daar voordeel uit te halen.
Volgens Nys zit daar precies de sterkte van Van der Poel. “Dat is ook de grote kwaliteit van Mathieu, dat hij al zoveel gepresteerd heeft op de weg en in de cross, dat hij het zich kan veroorloven om pas in december te beginnen en na het WK te stoppen.” Daardoor “verliest hij minder aan kwaliteiten en hoge vermogens”.

Zelf twijfelt Nys of hij die aanpak wil kopiëren. “Dat is een heel dunne balans, omdat het ook heel veel charme heeft om van het begin tot het einde te kunnen crossen.” Hij sluit af met een duidelijke levensles: “Het gras is niet altijd groener aan de overkant en ik zou het wel weten, als ik echt een keuze zou moeten maken.”
Mats Buelinckx