Voor Wout van Aert kwam er twee weken geleden een abrupt einde aan zijn veldritseizoen. Hij liep in Mol een enkelbreuk op waarbij ook de ligamenten werden gescheurd. De klok tikt nu genadeloos verder richting het voorjaar, de Kempenaar hoopt dat deze blessure daar geen invloed zal hebben.
LEES OOK: Ploegleider Van Aert geeft toe: "Het wordt krap"
Bang afwachtenHet was een positief ingestelde Van Aert die we zagen op de mediadag van Visma-Lease Bike. Echter is er toch opnieuw een knagend gevoeld dat deze blessure ook straks weer flink wat roet in het eten kan gooien. “Ik heb vertrouwen dat het snel zal genezen. Dat mijn veldritseizoen erop zit, was een grote klap, maar ik hoop binnen een paar maanden te kunnen vertellen dat dit mijn wegseizoen niet heeft verpest.”
Nu al stellen dat dit zeker niét het geval zal zijn kan Van Aert echter niet: “Neen, die zekerheid heb ik zeker niet. Het is een complexe blessure met niet enkel een breuk in mijn enkel maar ook afgescheurde ligamenten. Mocht ik een loper zijn, zou ik maanden buiten strijd zijn. Gelukkig ben ik wielrenner, maar ik kan op dit moment niet met zekerheid zeggen dat het geen verschil zal maken in april.”
Wat alvast zeker is: een voordeel is het niet. Er moet opnieuw tijd worden gestoken in een revalidatie, terwijl er net stappen voorwaarts zouden moeten worden gezet. Dat beseft ook Van Aert bij Het Nieuwsblad: “Natuurlijk ben ik er niet beter van geworden, de energie in de revalidatie wil je ergens anders in steken. Er is achterstand, maar ik zit alweer sneller op de fiets dan verwacht. De tijd staat aan onze kant, ik hoop helemaal klaar te geraken.”

Twijfels over het begin
Daarbij kijkt Van Aert voornamelijk naar De Ronde van Vlaanderen en Parijs-Roubaix, maar uiteraard is het ganse voorjaar van tel. Normaliter gaat hij van start in De Omloop Het Nieuwsblad, waarna er met Strade Bianche en Milaan-Sanremo al snel twee andere mooie doelen aankomen. Zeker voor het begin wordt het afwachten voor Van Aert.
“Ik kan nu geen duidelijk plan delen. Misschien wordt het een moeilijke start en kom ik pas richting Vlaanderen en Roubaix op niveau. Misschien loopt alles heel gunstig en kan ik me aan mijn plan houden. Misschien loopt het in het allemaal in het water. We zullen zien.”
“Hopelijk kan ik de komende twee weken op trainingskamp vooruitgang boeken en verder herstellen, zodat ik op het einde van de stage opnieuw bijna helemaal ‘normaal’ kan trainen. Dat is mijn belangrijkste doel. Ik weet niet zeker of dat gaat lukken, want hoe de komende twee weken gaan verlopen, blijft een vraagteken.”
Kevin De Jonghe