Tibor Del Grosso begint zondag in Huijbergen als titelverdediger aan het Nederlands kampioenschap veldrijden. De 22-jarige renner van Alpecin-Premier Tech beleefde een sterke maand, waarin hij uitgroeide tot vaste uitdager van wereldkampioen Mathieu van der Poel. Toch weigert Del Grosso zichzelf nu al tot topfavoriet te bombarderen, ook al ontbreekt Van der Poel net als voorgaande jaren op het NK.
LEES OOK: Roodhooft niet bang voor 'geval-Van Aert': "Dan moet je binnen blijven"
Sterke winter, maar geen garantiesIn Zonhoven liet Del Grosso afgelopen zondag nog eens zien hoe ver hij inmiddels staat. Achter Van der Poel reed hij naar een knappe tweede plaats, voor onder anderen Thibau Nys, Emiel Verstrynge en Joris Nieuwenhuis. Resultaatmatig was het een prima generale repetitie, al bleef er na afloop wel wat twijfel hangen door een valpartij halverwege de wedstrijd.
“Mijn knie doet nog altijd wat zeer, die zal ik nog even schoon moeten maken”, vertelde hij na de cross. Het is geen blessure die zijn ambities temperen, maar het onderstreept wel hoe broos zekerheid kan zijn in deze periode van het seizoen.
Dat hij zondag opnieuw tot de favorieten behoort, beseft Del Grosso maar al te goed. “Ik zou heel graag weer willen winnen. Op voorhand zal ik volgens mij opnieuw favoriet zijn, dat was vorig jaar heel anders”, klinkt het. Tegelijk plaatst hij meteen een kanttekening. “Dat ik nu favoriet ben, betekent niet dat het allemaal zo gemakkelijk zal gaan.”

Huijbergen vraagt een andere koers
Volgens Del Grosso is een NK altijd een verhaal apart. “Zo’n kampioenschap is toch weer iets anders dan een doorsnee cross. Het is anders om jongens één op één te moeten kloppen”, legt hij uit. In wedstrijden als Zonhoven speelt de dynamiek van een grotere groep mee, terwijl een NK vaak sneller tot man-tegen-man-duels leidt.
Hij verwacht dan ook stevige tegenstand. “Pim Ronhaar reed weer een oké cross, Lars van der Haar en Joris Nieuwenhuis gaan ook in orde zijn. Het zal denk ik wel weer een strijd worden.”

Het parcours in Huijbergen bevat met zijn zandkuil een element dat aan Zonhoven doet denken, maar Del Grosso bewaart daar geen warme herinneringen aan. “Ik heb daar één keer gereden bij de nieuwelingen, toen het NK er ook was. Dat ging niet heel geweldig”, lacht hij. “Hopelijk gaat het nu wat beter. Verder heb ik eigenlijk geen idee hoe het rondje er nu bij ligt.”
Eén ding is wel duidelijk: Del Grosso staat sterker dan ooit aan de start, maar zegezeker voelt hij zich allerminst. Dat past misschien ook wel het best bij een kampioenschap waarin vorm, koersinzicht en een foutloos moment in het zand allesbepalend zijn.
WN Redactie