Serge Pauwels heeft zijn Belgische selectie voor het WK in Montréal klaar, maar zijn voorganger zou enkele andere accenten hebben gelegd. Sven Vanthourenhout ziet vooral door het wegvallen van Tadej Pogacar een situatie ontstaan waarin de Belgen volgens hem een extra werkpaard goed hadden kunnen gebruiken.
LEES OOK: Ploegleider stelt Evenepoel-fans gerust en brengt goed nieuws naar buiten
Pogacar verandert de Belgische opdrachtVanthourenhout, tegenwoordig ploegleider bij Red Bull-BORA-hansgrohe, kraakt de keuzes van Pauwels allerminst af. Integendeel. “Goede selectie, met stuk voor stuk goede renners”, vertelt de voormalige bondscoach op de rustdag van de Vuelta aan Het Nieuwsblad.
Toch volgt onmiddellijk een belangrijke kanttekening. “Zou ik dezelfde gemaakt hebben? Waarschijnlijk niet.” Vanthourenhout weet uit eigen ervaring dat een WK-selectie altijd discussie veroorzaakt. “Als ik destijds een selectie maakte, was ook niet iedereen het daarmee eens. Het is voor een bondscoach een kwestie van eigen keuzes te maken en daar dan honderd procent in te geloven.”
Zijn afwijkende visie heeft vooral te maken met de gewijzigde krachtsverhoudingen. Door de afwezigheid van Pogacar ziet Vanthourenhout België in Montréal in een andere positie terechtkomen.
“Zonder te zeggen dat we nu van begin tot einde de koers moeten controleren: je gaat toch in een positie komen dat je verantwoordelijkheid moet nemen om bepaalde situaties onder controle te houden”, waarschuwt Vanthourenhout.

Twee opvallende namen
Precies voor dat vuile werk had hij een extra renner meegenomen. Niet noodzakelijk iemand die diep in de finale zelf voor een resultaat moet zorgen, maar een pion die op verschillende momenten kan worden opgeofferd om Evenepoel en Van Aert zoveel mogelijk te ontlasten. "Tim Rex of Ramses Debruyne bijvoorbeeld, mannen die je op vele fronten kunt laten werken.”
Daarmee plaatst de voormalige bondscoach vooral een tactische kanttekening bij de samenstelling van de ploeg. Nu Pogacar ontbreekt, kan België minder gemakkelijk naar Slovenië kijken wanneer een gevaarlijke groep vertrekt of de wedstrijd vroeg wordt opengebroken.
Vanthourenhout benadrukt tegelijk dat Pauwels uiteindelijk zijn eigen visie moet volgen. Hij kent de druk die bij dergelijke keuzes hoort als geen ander. Zijn boodschap is niettemin duidelijk: in zijn Belgische acht voor Montréal had minstens één extra renner gestaan die volledig in dienst van de kopmannen kon worden uitgespeeld.
Stan Strubbe