Tim Merlier won vrijdag in Bordeaux. Overtuigend ook. Dat is inmiddels bijna geen verrassing meer. De Belg sprint dit seizoen met een vanzelfsprekendheid die je maar zelden ziet. Hij kiest het juiste moment, houdt het hoofd koel en lijkt zelfs in de grootste chaos altijd nog een oplossing te vinden. Je kunt je inmiddels serieus afvragen of er op dit moment überhaupt een snellere sprinter in het peloton rondrijdt.
Toch bleef mijn blik na de finish niet alleen hangen bij Merlier. Ook een paar rijen daarachter gebeurde iets wat minstens zo veel zei over de mentaliteit van een topsprinter. Olav Kooij zat ingesloten, zag zijn kans op de overwinning verdwijnen en besloot vervolgens zijn sprint stil te leggen. Geen halve poging meer, geen jacht op een vijfde of zesde plaats. Gewoon klaar.

Dat klinkt misschien vreemd. Wielrenners horen toch altijd door te sprinten? Voor de UCI-punten, voor de statistieken, voor de eer. Maar juist dat moment liet zien hoe Kooij naar zichzelf kijkt. Hij sprint niet om ergens in de top tien te eindigen. Hij sprint om te winnen. Als die kans weg is, hoeft de rest voor hem niet meer.
Dat is een karaktertrek die je bij de allergrootsten vaker ziet. Natuurlijk baalt Kooij van een gemiste kans. Zeker na zijn overwinning eerder deze week zal hij hebben gedacht dat er opnieuw iets mogelijk was. Maar misschien is de grootste kwaliteit van een winnaar wel dat hij teleurstellingen snel kan parkeren. Morgen wacht immers alweer een nieuwe sprint.
LEES OOK: Na De Meet | Eenzaamheid kan ook mooi zijn
Merlier blijft de maatstafVoor Merlier voelde deze overwinning als een bevestiging van alles wat hij de afgelopen maanden heeft laten zien. Hij wint niet meer af en toe, hij wint structureel. Dat verschil is groot. Een ritzege in de Tour kan iedereen met een beetje geluk overkomen. Meerdere keren de beste zijn in een sprintveld van dit niveau, dat zegt iets over je klasse.
Daar komt nog bij dat Merlier steeds completer lijkt te worden. Hij is allang niet meer afhankelijk van een perfecte lead-out of een volledig gecontroleerde finale. Ook wanneer een sprint rommelig wordt, blijft hij oplossingen vinden. Dat maakt hem misschien wel gevaarlijker dan ooit.
Voor de Belgische wielerfan is dat een luxe. De afgelopen jaren draaiden de sprintetappes vaak uit op een strijd tussen Jasper Philipsen en Jonathan Milan, met af en toe een uitschieter van iemand anders. Inmiddels heeft Merlier zichzelf nadrukkelijk in dat rijtje, of misschien zelfs erboven, geplaatst.

Rust na een onrustige dag
Op de achtergrond speelde ook de nasleep van de discussie tussen Remco Evenepoel en Florian Lipowitz nog mee. Evenepoel kreeg na afloop opnieuw vragen over de situatie, maar maakte duidelijk dat hij er niets meer aan toe te voegen had. Misschien was dat ook wel de verstandigste keuze.
Een Tour duurt drie weken. Dan kun je het je nauwelijks permitteren om energie te blijven steken in een discussie die de etappe van vrijdag niet meer zou veranderen. Of het onderwerp daarmee ook echt van tafel is, zal de komende bergritten moeten blijken. Op de weg zijn verhoudingen vaak duidelijker dan voor een camera.
De Tour dendert ondertussen gewoon verder. De klassementsmannen kregen een relatief rustige dag, de sprinters mochten nog eens schitteren en zaterdag ligt er alweer een nieuwe kans. Voor Merlier om te bevestigen dat hij momenteel de beste sprinter ter wereld is. Voor Kooij om te laten zien waarom hij een paar honderd meter voor de finish besloot níét meer te sprinten.
Soms zegt een gemiste sprint meer over een renner dan een gewonnen sprint. En als één ding duidelijk is geworden, dan is het dat Olav Kooij liever helemaal niet sprint dan tevreden te zijn met een ereplaats. Maar de snelste man op wielen lijkt een Belg te zijn.
WN Redactie