Voor Mike Teunissen wordt de komende Tour de France alweer zijn zevende deelname aan de grootste wielerwedstrijd ter wereld. Toch hoeft de Nederlander van XDS Astana Team niet meer per se ieder jaar naar Frankrijk. Sterker nog: eigenlijk had hij liever eens een andere grote ronde gereden.
LEES OOK: Aranburu heerst op Muur van Durbuy en is meteen ook nieuwe leider
Liever eens de Giro dan opnieuw de TourTeunissen behoort tot een select gezelschap Nederlandse renners dat de gele trui heeft gedragen. Zijn sensationele ritzege en gele trui in Brussel in 2019 blijven een van de mooiste Nederlandse Tourmomenten van de afgelopen decennia.
Toch kijkt hij tegenwoordig anders naar de Tour dan vroeger. "Ik had de ploeg eigenlijk aangegeven dat ik gerust een keer wilde overslaan", vertelt Teunissen. De ervaren Limburger had liever eens de Giro d'Italia gereden, een wedstrijd die nog altijd ontbreekt op zijn palmares. Maar uiteindelijk kwam zijn naam opnieuw bovenaan de lijst terecht voor de Tourselectie.

Tour wordt steeds moeilijker voor klassieke renners
Volgens Teunissen verandert het karakter van de Tour de France steeds meer in het voordeel van klimmers en klassementsrenners. "Als je meer dan 65 kilo weegt, wordt het ieder jaar lastiger", stelt hij. Daarmee raakt hij een discussie die al langer leeft in het peloton. Het aantal zware bergritten neemt toe, terwijl de kansen voor sprinters en klassieke types relatief beperkt blijven.
Voor iemand als Teunissen, die vooral belangrijk is als lead-out en wegkapitein, betekent dat steeds meer overlevingswerk.
Hij begrijpt dan ook de opmerkingen van renners die vinden dat de Tour steeds minder ruimte laat voor aanvallers en krachtige allrounders.
Realisme rond Kanter
In de Tour zal Teunissen vooral werken voor Max Kanter. De Duitser maakt zijn Tourdebuut en behoort niet tot de absolute topfavorieten voor de massasprints.
Dat maakt de opdracht anders dan in het verleden, toen Teunissen werkte voor namen als Dylan Groenewegen, Wout van Aert en Biniam Girmay. "We verwachten geen ritzeges, maar we gaan het wel proberen", klinkt het nuchter.
Teunissen ziet zeker kwaliteiten bij Kanter, maar beseft ook dat de concurrentie moordend is.

Sprintveld sterker dan ooit
Met sprinters als Tim Merlier, Jasper Philipsen, Olav Kooij en Girmay lijkt het sprintniveau in deze Tour bijzonder hoog te liggen. Teunissen blijft daarom realistisch over de kansen van zijn ploeg.
De Nederlander weet als geen ander dat verrassingen mogelijk zijn — hij bewees dat zelf in 2019 — maar beseft ook dat een ritzege dit jaar geen vanzelfsprekend doel is. "De Tour blijft de Tour. Soms valt alles op zijn plaats. Maar als je eerlijk bent, wordt het heel moeilijk."
Toch zal hij zich ook deze zomer weer volledig wegcijferen voor zijn ploeg. Want hoewel hij misschien liever eens in Italië had gekoerst, blijft de Tour voor iedere renner uiteindelijk het grootste podium dat er bestaat.
WN Redactie