Er is eindelijk duidelijkheid rond Paul Seixas. Het 19-jarige toptalent heeft een einde gemaakt aan alle speculaties en zal deze zomer zijn debuut maken in de Tour de France. Dat nieuws werd officieel bevestigd door zijn ploeg Decathlon AG2R La Mondiale Team, die daarmee voluit de kaart van hun goudhaantje trekt.
LEES OOK: Evenepoel spreekt zich uit en is zeer duidelijk over Tour-ambitie
“Niet om zomaar mee te doen”Seixas zelf liet er geen twijfel over bestaan dat hij niet naar de Tour trekt om ervaring op te doen. “Dit is een kinderdroom die uitkomt,” klonk het. “Maar mijn leeftijd is voor mij geen excuus. Ik voel me klaar en wil het best mogelijke klassement rijden.”
Daarmee legt hij de lat meteen bijzonder hoog. Op amper 19-jarige leeftijd zal hij het opnemen tegen toppers als Tadej Pogacar, Jonas Vingegaard en Remco Evenepoel.
De beslissing komt niet volledig uit de lucht vallen. Seixas maakte de voorbije maanden grote indruk met sterke prestaties in zowel eendagskoersen als rittenwedstrijden, wat de verwachtingen rond zijn naam alleen maar deed toenemen.
Twijfels blijven bestaan
Toch klinkt niet iedereen overtuigd. Vanuit verschillende hoeken werd de voorbije weken gewaarschuwd voor een te vroege deelname aan een grote ronde. Onder meer Bernard Hinault temperde de verwachtingen en pleitte voor een meer geleidelijke opbouw.
Ook wetenschappelijke stemmen lieten zich horen en wezen op het belang van fysieke en mentale weerbaarheid over drie weken koers. De Tour wordt immers niet alleen op talent gewonnen, maar ook op recuperatie en ervaring.
Seixas zelf lijkt zich daar weinig van aan te trekken. Hij gelooft rotsvast in zijn eigen kunnen en ziet deze stap als een logisch onderdeel van zijn ontwikkeling.
Voor Frankrijk, dat al decennia wacht op een nieuwe eindwinnaar, wordt hij stilaan de grote hoop. Alle ogen zullen dan ook gericht zijn op zijn eerste optreden in de grootste koers ter wereld. Of het een meesterzet wordt of een te vroege sprong in het diepe, zal pas deze zomer blijken. Eén ding staat vast: Seixas durft.
Stan Strubbe