Ook de koninginnenrit in de Ronde van Romandië was zaterdagmiddag een kolfje naar de hand van Tadej Pogacar, die de concurrentie weer eens op bekende wijze verpulverde. Na afloop was er echter nog wel wat te doen over motards...
Valentin Paret-Peintre bleef samen met Primoz Roglic over uit een redelijk omvangrijke kopgroep. Ook voor dit ogenschijnlijk sterke duo werd het een gevecht tegen de bierkaai, daar zij werden opgepeuzeld door - hoe kon het ook anders - Pogacar en enkele andere klassementsfavorieten.
LEES OOK: Lefevere snoert critici de mond en neemt het op voor Evenepoel
Rijden motoren van de organisatie te dicht op de eerste renner?Na afloop was het vooral de Fransman die zijn frustratie uitte, al ging dat niet per se over zijn sportieve prestatie. Nee, de kritiek van Paret-Peintre richtte zich namelijk tot de koersmotards. Deze organisatievoertuigen zouden het spel namelijk niet helemaal eerlijk hebben gespeeld, zo meende het lichtgewicht.
''We hebben hard gereden, er was een goede samenwerking en we deden ons best om vooruit te blijven'', stelde de 25-jarige klimmer na afloop in zijn reactie. ''Maar we kregen het niet voor elkaar om een mooie voorsprong bij elkaar te fietsen.''
Paret-Peintre voegt zich bij Evenepoel in kritiek op motards
En dus was hij logischerwijs teleurgesteld. ''Ik hoop niet dat de motoren bij het peloton er te dicht voor zaten, want dat was het geval de laatste twee dagen. Als de organisatie wil dat Pogacar wint, is dat hun keuze. We hebben het vaak genoeg gezegd, maar het is wat het is.''
Daarmee doelt Paret-Peintre bijvoorbeeld op uitspraken van Remco Evenepoel, die ten tijde van de Ronde van Vlaanderen stelde dat Pogacar en Mathieu van der Poel te veel geholpen werden. ''Ik heb het gevoel dat de motoren steeds dichter bij de renners rijden. Dat is niet onze fout, maar het is wel altijd in het voordeel van de renner die voorop rijdt'', zei Evenepoel toen.
Youri van den Berg