Ook voor Mathieu van der Poel is er een periode van rust aangebroken, na andermaal een bewogen voorjaar. Straks zien we hem al zeker terug in de Tour de France, al zal hij ook enkele keren zijn mountainbikefiets van stal halen.
LEES OOK: 'Monumentale blunder': Van der Poel heeft nog wat te bekennen
Dé grote droomDat kwam Van der Poel zelf te vertellen in een interview met het Spaanse AS. Op het einde van dit jaar wacht daarin immers opnieuw een groot doel. "Het is heel waarschijnlijk dat ik in Val di Sole deelneem aan het WK", liet hij optekenen.
“Het volgt dan wel kort na de Tour, maar ik denk dat ik daar in topvorm aan de start kan komen. Wereldkampioen worden in het mountainbiken is een droom voor me. Als ik één wens heb voor 2026, dan is het dat”, klonk het duidelijk.
'Van der Poel komt tekort'

Maar is die droom ook realistisch? Zijn landgenoot Karsten Kroon heeft daar duidelijk ernstige vragen bij. Die liet bij Eurosport immers verstaan dat Van der Poel een flinke streep tekortkomt tegen zijn concurrenten in het mountainbiken.
“Ik denk dan: hij is te groot en te zwaar om dit te kunnen. Ik kan er ook volledig naast zitten, maar renners zoals Schürter en Pidcock zijn kleine en wendbare gasten. Dat is Van der Poel gewoon niet”, was Kroon recht voor de raap.
De Nederlander beseft dat Van der Poel het echter ook gewoon geweldig vindt om te doen, maar om effectief tot grote resultaten te komen, dat is wel nog een ander paar mouwen. “Ook al is Van der Poel ontzettend handig met de fiets.”
Toch ziet Kroon een groot probleem: “Hij wisselt doorheen het jaar al vier keer van fiets. Dan denk ik niet dat je het vereiste niveau kan bereiken (om te kunnen concurreren, nvdr).”
Kevin De Jonghe