De Ardennenklassiekers draaien op volle toeren, maar zonder Maxim van Gils. De Belg van Red Bull-BORA-hansgrohe werkt nog altijd aan zijn comeback na een zware val in de Clásica Jaén, en steekt zijn situatie niet onder stoelen of banken. “Ik heb nog veel achterstand.”
Waar hij normaal een van de speerpunten zou zijn in wedstrijden als de Waalse Pijl en Luik-Bastenaken-Luik, ligt de focus dit jaar volledig op herstellen en opnieuw opbouwen.
Van rolstoel naar eerste trainingskilometers
De weg terug was allesbehalve vanzelfsprekend. Na zijn val – waarbij hij zijn bekken en schouder brak – moest Van Gils opnieuw leren stappen. “Ik heb een dag of tien in een rolstoel gezeten. Daarna begon het echte werk pas”, vertelt hij aan Het Nieuwsblad.

Intussen zit hij opnieuw op de fiets, en zelfs al buiten. “Sinds eind maart train ik weer op de weg. Van mijn bekken heb ik geen last meer, maar mijn schouder speelt nog wat op bij langere trainingen.” Toch voelt het alsof hij weer van nul begint. “Vijf weken zonder fiets, dat is alsof je opnieuw begint in november. Als ik nu vier uur train, ben ik stikkapot. Dat ben ik niet gewend in deze periode van het jaar.”
Hoop op comeback richting zomer
De mentale klap kwam pas echt toen hij opnieuw begon te fietsen. “Toen besefte ik hoeveel werk er nog lag. Ik had het gevoel dat ik niet vooruitging, terwijl ik normaal rond deze tijd in topvorm zit.” Toch blijft Van Gils vooruitkijken. De eerste doelen beginnen zich stilaan af te tekenen. “We moeten nog beslissen, maar ik hoop op een terugkeer in de Critérium du Dauphiné in juni.”
Voor die tijd wil hij aansluiten op stage in de Sierra Nevada, al beseft hij dat er nog stappen gezet moeten worden. “Er komt gelukkig nog wel wat aan. Het is nu gewoon zaak om geduldig te blijven en elke dag een beetje beter te worden.”
WN Redactie