Wout van Aert begint zondag in Parijs-Roubaix aan zijn (normaliter) laatste queeste van dit voorjaar. Ook weer van de partij in de selectie van Visma-Lease a Bike: Edouardo Affini. Of moeten we zeggen: Wout van Aert 2.0? Want blijkbaar worden ze weleens door elkaar gehaald.
LEES OOK: Wout van Aert krijgt gigantische klap vlak voor Roubaix
De juiste klikSowieso hebben de twee een sterke band, want ze rijden al sinds 2021 samen. Toch blijft Affini daar zelf bescheiden over. “Je kan dat eigenlijk beter aan Wout zelf vragen”, zegt hij in een interview met HLN. “Maar we hebben een goeie band. Qua karakter lijken we vrij goed op elkaar: eerder rustig en proberen om de beste versie van onszelf te zijn.”
Dat respect voor Van Aert is groot bij de Italiaan, die vooral onder de indruk is van zijn rol binnen het team. “Ik vind dat Wout een kopman is volgens het principe van leading by example. Wat hij al gedaan heeft voor Jonas Vingegaard in de Tour en vorig jaar voor Simon Yates in de Giro, werkt inspirerend. Ik vind dat mooi. Hij is al voor mij drinkbussen gaan halen.”
Verwarring bij de 'fans'

Affini en Van Aert hebben dus zeker een klik, maar hebben ook veel gelijkenissen. Beiden grote personen, en zwart haar. Nu is er wel een duidelijk verschil merkbaar tussen de twee, al is dat klaarblijkelijk niet voor iedereen het geval.
“Het gebeurt dat wanneer Wout en ik op training samen op een terras een koffiestop houden, mensen zich vergissen en aan mij vragen om op de foto te gaan omdat ze denken dat ik Wout ben”, lacht Affini immers. “Het gebeurde dit jaar op hoogtestage in de Sierra Nevada, maar zelfs in België, na Dwars door Vlaanderen.”
De verwarring leidt soms tot grappige situaties, zeker wanneer Van Aert zelf meespeelt. “Dan komen die fans naar onze tafel en zeggen ze Wout tegen mij, terwijl Wout zelf aan de overkant van de tafel zit.”
“Hij speelt het spelletje dan graag mee en laat die mensen een foto met mij nemen. Ik heb er dus wel degelijk de toestemming van Wout voor, maar handtekeningen zetten in zijn naam doe ik nog niet.”
Kevin De Jonghe