We zijn begonnen aan een nieuw voorjaar op de weg, een grote menigte die daarbij hoopt dat ook Wout van Aert straks op de afspraak zal zijn. Dat bleek de voorbije jaren – door omstandigheden – al eens moeilijker, al valt dat niet te zeggen over de slotrit van de Tour van vorig jaar.
LEES OOK: Dumoulin legt gevoelige kwestie bloot bij Wout van Aert
Eerlijke analyseIedereen herinnert het zich nog wel: Van Aert die Tadej Pogacar lost op de iconische Montmartre. Beelden die de wereld rondgingen, maar een té grote eer wil de Kempenaar toch niet opstrijken voor die overwinning. Uiteraard was het genieten, maar Van Aert weet dat de omstandigheden in zijn voordeel speelden.
“Deels wel, want ik had mijn zinnen gezet op die ritzege. Anderzijds heb ik toen – voor mijn kwaliteiten – niets buitenaards gedaan. Heel lastig, maar ‘slechts’ een uur echt koers, ik was er niet een week kapot van. En oké, ik los Tadej, maar ik moet eerlijk zijn: hij was iets minder, misschien door die knieblessure”, stelt Van Aert immers bij Knack.
Pogacar sprak in de week voordien inderdaad over kniepijn, komt daar nog eens bij dat het op die bewuste zondag pijpenstelen regende en de Sloveen vermoedelijk niet alle risico’s wou nemen om zijn Tourzege niet op het spel te zetten.

Risico's beperken
Niemand beter dan Van Aert die begrijpt dat risico’s soms beter gemeden worden. “Het besef dat je jezelf blootstelt aan risico’s waarvan je de rest van je leven de gevolgen kunt dragen is vervelend”, vertelt hij in hetzelfde interview.
“Als twintigjarige dacht ik nooit aan de gevaren. Na al die valpartijen verandert dat, maar ik heb ermee leren leven. Vorig jaar voelde alsof ik verplicht was om risico’s te nemen, terwijl ik dat niet wilde.” Uiteindelijk boekte hij wel die iconische zege, en dat gaf mentaal een welgekomen boost.
“Stel dat Tadej mij daar had gelost op Montmartre, na een moeilijke Tour zonder eigen succes of kans op eindwinst met Jonas… dan was ik naar huis gegaan met een slecht gevoel. En ik weet niet of ik de dag nadien op tafel had geklopt: ‘Kom, we gaan er weer voor’. Zo’n climax verandert veel”, sluit Van Aert af.
Kevin De Jonghe