Komende zaterdag gaan we van start met een nieuw klassiek voorjaar. De Omloop Het Nieuwsblad is zoals steeds de eerste klassieker in het rijtje, bij de dames zal de titelverdediger evenwel niet van start gaan.
LEES OOK: Kogel door de kerk! Opvallende koers verdwijnt uit programma Van Aert
Titelverdediger blijft thuisDan gaat het over Lotte Claes, die vorig jaar tegen alle verwachtingen in als winnares uit de bus kwam in De Omloop. Toen nog voor Arkea-B&B Hotels, intussen maakte ze de overstap naar Fenix-Premier Tech, de ploeg van de gebroeders Roodhooft. Zij opteren ervoor om Claes thuis te laten voor deze wedstrijd, de blik gaat volledig op de Waalse klassiekers.
“Ergens vind ik het wel jammer. Ik heb mooie herinneringen aan de Omloop, ik krijg vermoedelijk nooit nog eens de kans om met het rugnummer één te starten”, beseft Claes bij Het Nieuwsblad, die zich evenwel helemaal kan schikken naar de beslissing van haar ploeg.
“Maar tegelijk sta ik volledig achter de beslissing van de ploeg. Ze willen mij inzetten in de Waalse klassiekers, wedstrijden die veel beter passen bij mijn profiel. Mijn eerstvolgende koers is de Trofeo Binda in Italië. Daarna volgen de Amstel, de Waalse Pijl en Luik, gevolgd door de Vuelta.”

Carrièrebepalend
Terugkijkend op de wedstrijd van vorig jaar is het voor Claes wel nog steeds glunderen. Ze glipte mee in de vroege vlucht, waar zij uit handen van het peloton kon blijven. “Aan winnen dacht ik helemaal niet, maar het was wel met de bedoeling om een mooi resultaat te rijden”, kijkt ze terug.
“Het jaar voordien werden de vluchters ook pas op de Muur gevat. Als dat weer het geval zou zijn, dan zou ik kort kunnen finishen, redeneerde ik. Maar aan winnen dacht ik niet, zo realistisch was ik wel.”
Maar winnen werd het wél, een bepalend moment in de carrière van Claes. “Ik ga niet zeggen dat het mijn leven heeft veranderd, maar op slag word je door zo’n zege wel een pak bekender. Mensen spreken je makkelijker aan, je wordt al eens uitgenodigd voor een evenement of van die dingen. Daar kan ik wel mee leven.”
Kevin De Jonghe