Tadej Pogacar moest voor het tweede jaar op rij genoegen nemen met een tweede plaats in Parijs-Roubaix. Al mocht hij zich gezien de koers mogelijk nog gelukkig prijzen met de plaats van runner-up.
LEES OOK: Na Roubaix-triomf: fiets aan de haak voor Wout van Aert?
Hulp van de motardsZo reed Pogacar immers tot tweemaal toe lek, zeker de eerste keer was het penibel. Amper zo’n 20 kilometer voor het Bos van Wallers – dat uiteindelijk alweer zeer bepalend zou – blijken, sloeg het noodlot toe. De wereldkampioen moest zelfs even op een neutrale fiets van Shimano verder.
Uiteindelijk kwam alles wel goed, ook met dank aan de verschillende motoren. Zo onthult Oliver Naesen in de wielerpodcast van HLN. Doe zag het allemaal van dichtbij gebeuren en dacht op voorhand al dat de motoren hun rol gingen spelen in het terugbrengen van Pogacar.
“Ik zat in het tweede peloton samen met Yves Lampaert, en hij was nerveus over de samenwerking, die er niet bepaald was. Op dat moment had Pogacar zijn lekke band. Ik zeg: "Lampi, Eurosport, France 2... Ze zullen ons dadelijk wel terugbrengen. Dat was dan ook een feit”, begint hij zijn verhaal.

Vervalsing?
Want de motoren hadden wel degelijk een grote invloed, vertelt Naesen. “De motoren hebben een muur gevormd voor ons peloton. We zijn daardoor 15 kilometer per uur harder gaan rijden, met Pogacar en zijn ploegmaats. Daarna heeft Pogi zelf dat gat nog gedicht, maar het was hallucinant hoe ze ons in gang getrokken hebben met de motoren”, stelt Naesen immers verbazingwekkend.
Kunnen we dit dan benoemen als een soort van koersvervalsing? In principe wel, al blijft Naesen behoorlijk neutraal. “Dat is vaak het geval, he”, oordeelt Naesen, die terugkijkt naar een vorig pechmoment van Pogacar tijdens Milaan Sanremo.
“Als we kijken naar de Poggio, hoe Pogacar en co daar met 5, 6 seconden aan de voet komen. Dan denk ik terug aan dat beeld waar een tiental motoren twintig meter voor hem reden: dat maakt het verschil tussen winnen en verliezen”, besluit de Belg.
Kevin De Jonghe