Gianni Vermeersch begint aan een nieuw hoofdstuk bij Red Bull-BORA-hansgrohe. Na jaren trouwe dienst bij Alpecin-Deceuninck kiest de 33-jarige Vlaming voor een frisse uitdaging. Maar zijn dankbaarheid richting de broers Roodhooft blijft groot.
LEES OOK: Gianni Vermeersch heeft boodschap voor gebroeders Roodhooft
Dankbaar voor zijn opleidingDe overstap kwam niet uit het niets. “Na het voorjaar kwam mijn manager met het bericht dat er interesse was. Toen heb ik wat gesprekken gevoerd en zo komt het dan tot een deal, dus eigenlijk is dat een vrij standaard verhaal", vertelde hij bij In de Leiderstrui.
Toch was het geen makkelijke beslissing. “Ik zat natuurlijk al heel lang bij de ploeg. Aan de ene kant speelde ik dus wel met de gedachte, in de wetenschap dat ik waarschijnlijk geen 10 jaar meer ga fietsen, met de gedachte om mijn loopbaan bij die ploeg af te sluiten", aldus Vermeersch, die jaren aan de zijde koerste van Mathieu van der Poel.

De lokroep van iets nieuws gaf uiteindelijk de doorslag. “Maar aan de andere kant stond ik ook wel open voor een nieuwe uitdaging en besefte ik dat het goed zou kunnen zijn om een frisse wind te laten waaien voor dat ene extra procentje.”
“Bij Alpecin waren ze positief verrast en ze gunden me deze stap. Na al die jaren was het een speciaal afscheid, want die ploeg voelde als familie. Dat contact met renners en staf zal zeker ook niet verwateren. Ik heb ontzettend veel aan Christoph en Philip Roodhooft te danken.”
Ambitie met Red Bull
Collectief sterker worden is het doel. “Het is zeker de ambitie om een stap te kunnen zetten als ploeg. We hebben een brede kern en dat betekent dat we met veel mannen in de finale kunnen zitten. Aan ons om een hechte groep te creëren, waarbij iedereen weet wat hij kan en wat de taak zal zijn.”
Ook persoonlijk blijft de honger groot. “Strade Bianche is een koers die me heel erg aanspreekt. Bij de Strade had ik het gevoel dat het sinds de verandering van het parcours wat te zwaar voor me was, maar vorig jaar werd ik dan zevende… misschien is er dus nog wel wat mogelijk.”
Mats Buelinckx