Het vroegtijdig beëindigen van contracten om de overstap naar een andere ploeg mogelijk te maken, komt steeds vaker voor in het wielrennen. Waar dergelijke transfers vijf tot tien jaar geleden nog uitzonderlijk waren, zien we ze tegenwoordig in vrijwel iedere transferperiode terug. Alex Carera, zaakwaarnemer van onder anderen Tadej Pogacar, legt uit welke ontwikkelingen daarachter zitten.
De afgelopen tijd maakten meerdere bekende renners de overstap voordat hun contract afliep. Zo verruilde Remco Evenepoel Soudal Quick-Step voor Red Bull-BORA-hansgrohe, terwijl Primoz Roglic vanuit Visma | Lease a Bike naar diezelfde ploeg vertrok. Juan Ayuso koos voor Lidl-Trek na zijn periode bij UAE en Tom Pidcock maakte de overstap van INEOS naar Q36.5. Ook Richard Carapaz (EF - NSN), Filippo Ganna (Netcompany INEOS - Lidl-Trek) en Giulio Ciccone (Lidl-Trek - Pinarello) behoren tot de recente voorbeelden.
Het zijn slechts enkele voorbeelden, buiten de ploeg van Iwan Spekenbrink. Volgens Carera speelt de langere gemiddelde contractduur een belangrijke rol. "Allereerst is de gemiddelde contractduur flink toegenomen. Daardoor neemt de kans op conflicten en zelfs beëindiging van een langlopend contract toe", vertelt hij aan La Gazzetta dello Sport.
"Als het contract slechts twee jaar duurt en er problemen ontstaan, moet je niet zo lang wachten tot het afloopt, en is het zelfs niet de moeite waard om erover te discussiëren. Je kunt er een jaar over mokken en dan verdergaan. Maar als het contract bijvoorbeeld vijf jaar duurt, is het duidelijk dat de situatie heel anders is", aldus de Italiaan.
Meer kapitaal en een andere visie bij wielerploegen
Volgens Carera is er nog een tweede belangrijke verklaring. Bij een vroegtijdige contractbreuk moet niet alleen overeenstemming worden bereikt met de huidige ploeg, maar moet er ook een andere werkgever klaarstaan om de renner over te nemen.
"De tweede reden is nog crucialer, aangezien je, als je een bestaand contract wilt verbreken, niet alleen met één team hoeft te onderhandelen, maar ook een ander team klaar moet hebben staan om je te contracteren. Het zit zo: tot 5-6 jaar geleden waren de teameigenaren in de meeste gevallen ook de teammanagers, vaak voormalige wielrenners. Ze hadden geen langetermijnvisie en wilden geen risico lopen op boetes voor het aantrekken van renners van andere teams", vervolgt hij.
De eigendomsstructuur van veel ploegen is volgens de zaakwaarnemer veranderd. "UAE, Decathlon, Lidl, Red Bull, om er maar een paar te noemen, zijn nu de eigenaren. Zij hebben een meer managementgerichte, langetermijnvisie. Het wielerteam is een belangrijke troef voor het bedrijf of het fonds, in tegenstelling tot vroeger, toen er vaak geen ondernemersvisie was", stelt Carera. "En er is meer kapitaal."

Uijtdebroeks-transfer als belangrijk keerpunt
Als voorbeeld van hoe sterk de situatie is veranderd, noemt Carera de transfer van Cian Uijtdebroeks. De Belg vertrok in december 2023 voortijdig bij BORA om zich bij Visma aan te sluiten. De overstap trok veel aandacht, mede doordat twee grote ploegen erbij betrokken waren. Carera ziet die transfer als een belangrijk kantelpunt.
"Het vroegtijdige vertrek van Cian Uijtdebroeks bij BORA naar Visma in december 2023. Een transfer die veel media-aandacht trok en waarbij twee topteams betrokken waren, was opmerkelijk. Tot dan toe kwam een vroegtijdige contractbeëindiging gemiddeld eens in de drie jaar voor; nu is dat ongeveer tien keer per jaar."
Ook de financiële middelen binnen het peloton zijn volgens Carera sterk gegroeid. "Bovendien is het kapitaal enorm toegenomen: in 2020 kon een ploeg met een budget van €25 miljoen als rijk worden beschouwd. Nu zou zo'n club bij de vijf rijkste clubs horen", klinkt het.
Toch zal niet iedere renner zomaar bij een andere ploeg kunnen worden weggehaald. Voor Tadej Pogacar zou in zijn contract een afkoopclausule van maar liefst 100 miljoen euro staan. "Omdat de waarde ervan te hoog is, is de clausule bijna symbolisch: Tadej heeft de grenzen van het wielrennen overschreden."
WN Redactie