De onthullingen over een vermeende angstcultuur binnen Picnic PostNL hebben voor behoorlijk wat opschudding gezorgd in de wielerwereld. Uit onderzoek van de NOS en In de Waaier, waarvoor meer dan zeventig (oud-)renners en stafleden hun verhaal deden, komt een verontrustend beeld naar voren van de werkomstandigheden binnen de Nederlandse formatie. Vooral CEO Iwan Spekenbrink en sportief directeur Rudi Kemna worden daarbij genoemd. Laatstgenoemde reageerde woensdag zichtbaar geëmotioneerd op de beschuldigingen en benadrukte dat hij zich totaal niet herkent in het geschetste beeld.
De berichtgeving over de werkomstandigheden bij Picnic PostNL overschaduwde woensdag de tijdritdag van de Eneco Tour, waar de Nederlandse ploeg plotseling met heel andere zaken werd geconfronteerd dan de sportieve prestaties. Verschillende voormalige renners en medewerkers spreken in het onderzoek over een werkomgeving waarin zij zich onveilig voelden en waarin sommigen naar eigen zeggen zelfs traumatische ervaringen opliepen. De beschuldigingen richten zich daarbij voornamelijk op de manier waarop Spekenbrink en Kemna leidinggeven aan de ploeg.

Vooral voor Kemna kwamen de onthullingen bijzonder hard aan. De sportief directeur werd bij de ploegbussen in Tilburg geconfronteerd met de verhalen en maakte er geen geheim van dat de aantijgingen hem persoonlijk diep raken. "De enige reactie die ik kan geven, is dat ik zwaar ontdaan ben. Dat ik meeleef met alle mensen die wij blijkbaar een trauma hebben bezorgd, ik weet niet welke woorden er allemaal worden genoemd. Ik sta er versteld van, maar dat raakt mij ook", vertelde hij tegenover WielerFlits.
LEES OOK: Ploegleider Picnic PostNL reageert op schokkende aantijgingen
Kemna herkent zich totaal niet in beschuldigingenHoewel Kemna benadrukt dat hij het bijzonder ernstig vindt wanneer voormalige medewerkers zich daadwerkelijk onveilig hebben gevoeld, verzet hij zich nadrukkelijk tegen de manier waarop hij en Spekenbrink in het onderzoek worden neergezet. Volgens de Nederlander probeert de ploegleiding juist een omgeving te creëren waarin renners op een eerlijke en veilige manier kunnen presteren, zonder dat zij onder druk worden gezet om dingen te doen waar ze niet achter staan.
"En het raakt mij ook dat we als ploeg zo worden neergezet, en persoonlijk Iwan en ik ook... Wij proberen de ploeg zo goed mogelijk te leiden en ook juist op het gebied van veiligheid", aldus Kemna, die daarbij ook verwees naar zijn eigen verleden in de wielersport. "Ik kom uit een cultuur, jullie weten wel hoe het wielrennen in vroegere tijden was. Dat is juist wat we niet willen, om iets te moeten doen wat je niet wil om de prestaties te verbeteren. Wij leiden een team in de topsport, open en eerlijk. Dit is dan de beschuldiging die we krijgen... Ik ben ervan ontdaan."
De sportief directeur erkent dat hij verschillende situaties en voorbeelden uit het onderzoek herkent, maar bestrijdt dat daaruit geconcludeerd kan worden dat er binnen de ploeg sprake is van een angstcultuur. "Ja, ik ken die verhalen, ik ken ook de voorbeelden. Ik weet ook welke kanten het raakt. Maar dat is niet de kant waar we ons in bevinden als het over angstcultuur gaat of over dictatuur. Ik kan het bijna niet over mijn tong krijgen... Daar vind ik me totaal niet in."
Onafhankelijk onderzoek moet duidelijkheid verschaffen
Picnic PostNL reageerde aanvankelijk niet op vragen van de NOS en In de Waaier, maar maakte enkele uren na de publicatie bekend een onafhankelijk onderzoek te zullen instellen. Kemna staat volledig achter dat besluit en benadrukt dat de ploegleiding de ervaringen van voormalige medewerkers niet zomaar naast zich neer kan leggen, ook wanneer die sterk afwijken van de eigen beleving.
"Als dit op ons afkomt en wij hebben niet de bedoelingen, maar als het wel zo ontvangen wordt, dan kan het niet zo zijn dat we zomaar wegkijken", verklaarde hij. Volgens Kemna is het mogelijk dat bepaalde afspraken en verwachtingen binnen de ploeg door medewerkers anders zijn ervaren dan de leiding voor ogen had. Hij stelt dat openheid en eerlijkheid belangrijke uitgangspunten zijn, maar beseft tegelijkertijd dat de manier waarop die principes worden toegepast niet door iedereen hetzelfde wordt beleefd.
Een van de opvallendste voorbeelden uit het onderzoek betreft een renner die vanwege mentale problemen om psychologische begeleiding zou hebben gevraagd. Kemna zou daarop hebben geantwoord dat hij niet in psychologen geloofde, maar de sportief directeur herkent zich niet in die beschrijving. "Dan verwijs ik door naar de ploegdokter, want onze dokter is daarvoor. Ik kan toch niet inschatten of een psycholoog nodig is of niet? Dat is ook juist de rol en verantwoordelijkheid die we hebben. We hebben mensen die dat moeten beoordelen."
Ondanks zijn verbazing over de onthullingen wil Kemna de verhalen niet zomaar terzijde schuiven. Hij benadrukt dat er binnen de ploeg ook veel mensen werkzaam zijn die zich juist prettig voelen in de organisatie, maar vindt dat geen reden om de negatieve ervaringen van anderen te negeren. "Het belangrijkste is dat ik het erg vind dat mensen dit hebben ervaren. Dat vind ik heel erg, en het belangrijkste wat ik daar ook aan toe moet voegen is dat wij dat niet hebben erkend, we hebben het niet gezien. En dat we het eigenlijk bijna niet kunnen geloven. Maar het is er wel. Anders zullen ze dat niet zo zeggen."
Verhaal van Tusveld roept vragen op bij Kemna
Een van de voormalige renners die openlijk over zijn ervaringen spreekt, is Martijn Tusveld. De Nederlander reed zeven jaar voor de ploeg en stelt dat hij na de Giro d'Italia van 2020 door het management werd aangesproken op zijn kritische houding tegenover de gekozen tactiek. Tusveld zou volgens eigen zeggen te horen hebben gekregen dat hij voor een negatieve sfeer zorgde, waarna hij zich steeds minder vrij voelde om zijn mening te geven. Uiteindelijk besloot hij zijn kritiek voor zich te houden, terwijl hij ook met depressieve gedachten te maken kreeg.
Kemna bevestigt dat hij destijds een bericht van Tusveld heeft ontvangen, maar schetst een andere kijk op het verloop van de gebeurtenissen. "Ik heb een mail van Martijn Tusveld. Ik heb die beantwoord en ik heb hem uitgenodigd, en vervolgens bleef het stil. Tot vandaag", verklaarde de sportief directeur, die benadrukt dat hij het bijzonder vervelend vindt om te horen hoe de voormalig renner die periode heeft ervaren.

Tegelijkertijd begrijpt Kemna niet goed waarom Tusveld na het betreffende incident nog meerdere jaren voor de ploeg bleef rijden. "Maar wat ik een beetje moeilijk te snappen vind, is dat Martijn meerdere jaren bij ons in de ploeg heeft gewerkt en ook duidelijk heeft aangegeven dat hij wilde blijven in onze ploeg. We hebben een aantal jaren zijn contract verlengd, en op een gegeven moment niet meer. Dit incident gaat over 2020, maar daarvoor was hij al in de ploeg en daarna was hij ook lang in de ploeg. Ik vind dat heel lastig."
Welke gevolgen de onthullingen uiteindelijk zullen hebben voor Picnic PostNL en de positie van de betrokken leidinggevenden, is voorlopig onduidelijk. Het aangekondigde onafhankelijke onderzoek moet meer duidelijkheid verschaffen over de ervaringen van de voormalige renners en medewerkers. Kemna hoopt in ieder geval dat er ruimte ontstaat om met betrokkenen in gesprek te gaan, zodat duidelijk wordt hoe de verschillen tussen hun ervaringen en het beeld van de ploegleiding hebben kunnen ontstaan.
WN Redactie