Mathieu van der Poel wilde in de slotrit van de ronde van Luxemburg vooral nog een stevige wedstrijdprikkel verzamelen richting het WK in Canada. Wat volgde, ging echter alle verwachtingen voorbij. De Nederlander reed bijna de volledige etappe moederziel alleen en hield aan de finish bijna twee minuten over.
LEES OOK: Van der Poel en Roxanne komen met bijzonder emotionele boodschap
“Geen idee!”Opmerkelijk genoeg zat er helemaal geen uitgekiend plan achter de aanval die uiteindelijk 177 kilometer zou duren. Toen Van der Poel na amper vier kilometer versnelde, stond hij ver genoeg achter in het algemeen klassement om zijn eigen koers te kunnen rijden.
Waarom hij dan meteen voor zo'n extreme onderneming koos? “Geen idee!”, lachte Van der Poel na afloop in het flash interview. “Dat was niet het plan voor de start, maar ja... Ik bevond me eigenlijk vanaf het begin van de race alleen, dus ik wilde gewoon de hele dag mijn eigen tempo rijden.”
Van der Poel verwachtte dat andere aanvallers uiteindelijk opnieuw aansluiting zouden vinden. Dat gebeurde niet. “Eerst dacht ik dat de achtervolgers – de vluchters – wel terug zouden komen, maar ik bleef gewoon mijn vermogen trappen. De voorsprong werd alleen maar groter en toen besloot ik om gewoon door te trekken tot de finish.”

Vier uur lang ongrijpbaar
Vanaf dat moment veranderde een spontane aanval in een bijzonder machtsvertoon. Het peloton slaagde er niet meer in om Van der Poel terug binnen bereik te krijgen en ook vanuit de achtervolgende groepen kwam geen succesvolle reactie.
Ruim vier uur nadat hij zijn aanval had ingezet, reed de voormalig wereldkampioen uiteindelijk alleen over de streep. Zelfs na 177 kilometer zonder gezelschap bedroeg zijn voorsprong nog bijna twee minuten.
Voor Van der Poel komt de uitzonderlijke inspanning bovendien op een interessant moment. Volgende week wacht het WK in Canada, waarvoor hij de voorbije periode bewust op zoek was naar zware wedstrijdprikkels. Een solo van vrijwel een volledige etappe zal in dat opzicht moeilijk te overtreffen zijn.
Stan Strubbe