Het wielervoorjaar werd dit jaar gekenmerkt door dominante prestaties. Bij de mannen zette Tadej Pogacar de toon, terwijl bij de vrouwen Demi Vollering het peloton naar haar hand wist te zetten. Ook in Luik-Bastenaken-Luik stond er geen maat op de Nederlandse, die na afloop echter niet alleen tevreden terugblikte.
LEES OOK: Pieterse waarschuwt Vollering: ''Moet niet bang zijn''
Frustratie over beperkte zichtbaarheidHoewel Vollering opnieuw indruk maakte met een sterke overwinning, zat ze na de koers met gemengde gevoelens. In haar interviews uitte ze duidelijke frustraties over de beperkte televisie-uitzending van de vrouwenwedstrijd.
“Ik weet zelfs niet of mijn aanval op La Redoute live te zien was,” verklaarde ze. “En zelfs dan nog: er was voordien al zoveel gebeurd. De koers vandaag was enorm boeiend, maar dat was niet te zien op televisie.”
Vollering pleit daarom voor een eenvoudige oplossing: langere en beter gespreide uitzendingen. Momenteel starten de tv-beelden van de vrouwenwedstrijd vaak pas nadat de mannenkoers is afgelopen, waardoor een groot deel van de wedstrijd onzichtbaar blijft.
“Vroeger startten we hier heel vroeg en duurde de uitzending langer. Nu finishen we na de mannen, maar is de uitzending korter,” aldus Vollering. “Het zou niet moeilijk moeten zijn: gebruik twee beelden en wissel af tussen beide wedstrijden.”
Met een knipoog voegde ze eraan toe: “Zodra Pogačar weg is bij de mannen, weet je toch wat er gaat gebeuren.”
"Women's sport deserves so much more" ❤️
— Cycling on TNT Sports (@cyclingontnt) April 26, 2026
An emotional Demi Vollering has a special connection to Liege-Bastogne-Liege 🙌 pic.twitter.com/citkZls7FV
Nog een weg af te leggen
Ook voorafgaand aan de wedstrijd had Vollering haar zorgen al geuit. Ze vindt dat het tonen van enkel de laatste 30 kilometer onvoldoende is om het volledige verhaal van een koers te vertellen.
“We zijn van ver gekomen, maar dit toont dat we er nog niet zijn. Het gaat niet om vergelijken met de mannen, maar om onze sport de zichtbaarheid te geven die ze verdient.”
Kevin De Jonghe