De Luik-Bastenaken-Luik sluit zondag het klassieke voorjaar af. Een laatste afspraak met de geschiedenis, een laatste kans op glorie. En zoals zo vaak in de Ardennen draait alles rond één man: Tadej Pogacar.
Maar dit keer staat hij niet alleen in de spotlights. Met Remco Evenepoel en het Franse wonderkind Paul Seixas krijgt hij twee uitdagers die op papier het profiel hebben om hem het vuur aan de schenen te leggen.
LEES OOK: Gilbert legt zwakke plek Remco Evenepoel bloot: "Is altijd zo"
ParcoursLuik-Bastenaken-Luik blijft trouw aan zijn identiteit: 259 kilometer, een opeenstapeling van hellingen en een finale die langzaam maar zeker wordt dichtgeknepen.
De eerste koershelft dient vooral om de benen te vullen en de vroege vlucht ruimte te geven. Maar vanaf zo’n tachtig kilometer van de finish verandert alles. De opeenvolging van Wanne, Stockeu en Haute-Levée zorgt traditioneel voor de eerste echte schifting.
Daarna schuift het zwaartepunt richting de finale, met de iconische Côte de la Redoute als kantelpunt. Op dertig kilometer van de streep is dit dé plek waar favorieten hun kaarten op tafel leggen.
De Roche-aux-Faucons - ook bekend als de Valkenrots - vormt de laatste echte lanceerbasis. Vanaf daar is het nog dertien kilometer tot de finish in Luik, waar vaak een klein groepje of een solist om de zege strijdt.
Pogacar: de maatstaf
Er is weinig discussie mogelijk: Tadej Pogacar is opnieuw de te kloppen man. Hij won dit seizoen al Strade Bianche, Milaan-San Remo en de Ronde van Vlaanderen, en lijkt zijn programma volledig te hebben afgestemd op pieken in de grootste wedstrijden.

Luik ligt hem misschien nog wel beter dan al die andere koersen. Hier kan hij zijn vermogen kwijt op langere inspanningen, zonder de chaos van kasseien of positioneringsgevechten. Als hij zijn gebruikelijke niveau haalt, is er maar één scenario: iedereen rijdt achter hem aan.
Evenepoel: alles of niets
Remco Evenepoel weet wat het is om hier te winnen. In 2022 en 2023 domineerde hij La Doyenne, vaak met lange solo’s en een verschroeiend tempo bergop.
Na zijn sterke optreden in de Amstel Gold Race lijkt hij opnieuw op niveau. Toch blijft er twijfel. Tegen Pogacar kwam hij dit voorjaar tekort op de kasseien, en ook in de Amstel kreeg hij Mattias Skjelmose niet gelost.

Het verschil? In Luik zijn de omstandigheden anders. Minder explosief, meer op vermogen. Dat kan zijn voordeel zijn. Maar dan moet hij wel durven anticiperen en niet wachten tot Pogacar toeslaat.
Seixas: klaar voor de volgende stap?
De naam die het meest tot de verbeelding spreekt, is zonder twijfel Paul Seixas.
Na zijn eindzege in de Ronde van het Baskenland en winst in de Waalse Pijl rijdt hij op een wolk. De vraag is niet langer of hij kan winnen op WorldTour-niveau, maar of hij al kan wedijveren met Pogacar in een monument.

Zijn punch is indrukwekkend, zijn koersinzicht groeit met de dag. Maar Luik is een andere test: langer, zwaarder en genadelozer.
Brede groep kanshebbers
Achter de top drie ligt een brede waaier aan outsiders en subtoppers. Kévin Vauquelin blijft groeien en lijkt klaar voor een grote uitslag. Tobias Halland Johannessen heeft de punch en vorm om te verrassen, terwijl Benoit Cosnefroy en Romain Gregoire het Franse blok verder versterken.
Ook Mauro Schmid en Ben Tulett toonden de voorbije weken dat ze in staat zijn om diep te gaan in zware finales.
Alles wijst naar één scenario
Luik-Bastenaken-Luik is zelden een koers van verrassingen. De sterkste wint. En dus komt de vraag opnieuw neer op één simpel gegeven: wie kan Pogacar volgen wanneer hij gaat?
Misschien Remco Evenepoel. Misschien Paul Seixas. Maar waarschijnlijk… niemand?
Favorieten WielerNieuws.be
**** - Tadej Pogacar
*** - Paul Seixas, Remco Evenepoel
** - Kévin Vauquelin, Mattias Skjelmose, Ben Tulett
* - Benoit Cosnefroy, Tobias Halland Johannessen, Mauro Schmid, Romain Gregoire
WN Redactie