Tobias Lund Andresen blijft indruk maken in het huidige wielerseizoen. De jonge Deen won woensdag overtuigend een etappe in Tirreno-Adriatico en klopte in de sprint onder meer Arnaud de Lie, Jasper Philipsen en Jonathan Milan. In een interview met Wielerrevue vertelde hij echter ook een verrassend detail over zijn jeugd met in de hoofdrol: Wout van Aert.
LEES OOK: Belgen geklopt in Tirreno-Adriatico door Lund Andresen
“Toen begon ik de cross te volgen”Opvallend genoeg had Lund Andresen vroeger niet eens zo veel met wielrennen. In een gesprek blikte hij terug op hoe zijn interesse voor de sport pas relatief laat ontstond. “Ik keek de Tour de France misschien pas rond mijn zestiende”, vertelde hij. “Toen ik jonger was, was ik die gast die zei dat wielrennen saai is.”
Als kind hield hij zich liever met andere dingen bezig. “Ik vond het leuker om in de tuin te spelen met denkbeeldige draken of wat dan ook.” Toch kwam de sport langzaam in zijn leven. Zijn vader volgde wielrennen regelmatig en ook zijn oudere broer begon te koersen. “Ik deed het ook een keer”, vertelde de Deen. “Eigenlijk vond ik het helemaal niet zo leuk, maar ik won.”
Later begon hij ook veldrijden te volgen en dat veranderde zijn kijk op de sport. “Toen ik ouder werd, begon ik de cross te volgen en werd ik fan van Wout van Aert.”

Nu rivalen in het peloton
Ondertussen rijdt Lund Andresen zelf in het profpeloton en komt hij geregeld uit tegen zijn voormalige idool. Daardoor kijkt hij er vandaag anders naar. “Nu ik tegen Wout koers, zou ik niet meer zeggen dat ik een fan ben”, lacht hij.
Toch ziet de Deen zichzelf nals een renner van hetzelfde type. Hij omschrijft zichzelf eerder als een moderne sprinter die ook goed over korte hellingen kan. “Ik zit tussen een puncher en sprinter in. Ik zou zeggen dat ik een moderne sprinter ben.”
Stan Strubbe