Na de glansrijke zege van Mathieu van der Poel in de Omloop Het Nieuwsblad kende Alpecin-Deceuninck een heel andere zondag in Kuurne-Brussel-Kuurne. Jasper Philipsen kwam niet verder dan een 18e plaats en dat leidde tot duidelijke woorden van ploegbaas Christoph Roodhooft.
LEES OOK: Van der Poel voor megasensatie? Roodhooft weet meer
“Van het ene scenario in het andere gesukkeld”Roodhooft wond geen doekjes om. “Dit was gewoon een slechte dag”, stelde hij na afloop bij Het Laatste Nieuws. Volgens hem liep het al mis in het midden van de koers. “We waren te enthousiast in het midden van de wedstrijd en dan zijn we van het ene scenario in het andere gesukkeld.”
Het vooraf uitgestippelde plan kwam nooit echt uit de verf. “We gingen ervan uit dat Kaden goed genoeg ging zijn om mee te glippen met gevaarlijke ontsnappingen, zodat we Jasper op een comfortabele manier hier konden brengen. Maar hij bleek niet goed genoeg.”
Toen Groves de beslissende groep miste, moest de ploeg plots in de achtervolging. “Nu moesten we een hele dag in het defensief, achter onszelf en de anderen aan koersen.”

Pech en misverstanden
Philipsen leek nochtans lange tijd goede benen te hebben. Hij reed attent voorin en probeerde zelfs het tempo op te drijven. “We hadden inderdaad het gevoel dat hij met goede benen rondreed”, gaf Roodhooft toe. “Maar zoals ik al zei: het was veel te voortvarend in het midden van de race. Ik begreep het zelf niet heel goed.”
Alsof dat nog niet volstond, kreeg de ploeg ook af te rekenen met pech. Philipsen reed lek op een moment dat er geen ploegwagen in de buurt was. “Dat is uiteraard niet ideaal, want je moet dan bezig zijn met de verkeerde dingen, niet meer met de koers op zich.”
Zo werd het openingsweekend voor Alpecin-Deceuninck er één van uitersten: zaterdag een absolute voltreffer, zondag een misser. Toch blijft Roodhooft rustig. “Vandaag kon heel wat beter, maar ik denk dat we al bij al wel mogen spreken over een geslaagd openingsweekend.”
Stan Strubbe