Wie in 2025 over wielrennen sprak, sprak automatisch over (de dominantie van) UAE. Geen ploeg die het seizoen zo opzichtig naar zich toe trok, geen team dat zo consequent aanwezig was in elke uithoek van de kalender. De overwinningen stapelden zich op tot een niveau dat zelfs in de moderne wielersport zelden is gezien. En toch is het opvallendste signaal richting 2026 niet zelfgenoegzaamheid, maar onrust. De slokop heeft honger gehouden.
Het officiële cijfer blijft onderwerp van discussie, maar volgens de maatstaf van de UCI strandde UAE op 95 zeges. Dat record kwam tot stand met maar liefst twintig verschillende winnaars, een spreiding die minstens even indrukwekkend is als het totaal zelf. Historische grootmachten als Mapei en HTC werden in één adem overvleugeld. Toch klonk er geen victoriegeschal in de interne communicatie. Sportief manager Matxin Fernandez stelde zonder aarzelen dat het nóg beter had gekund. Geen pose, maar een overtuiging.
UAE is intussen meer dan een ploeg die simpelweg talent verzamelt. De organisatie heeft de voorbije jaren systematisch geïnvesteerd in structuur, begeleiding en performance. Oude pijnpunten werden benoemd en aangepakt. De kalender wordt strakker gecontroleerd, tijdritten zijn geen achilleshiel meer en de lessen uit pijnlijke nederlagen zijn zichtbaar vertaald naar concrete verbeteringen. De ploeg mist nauwelijks nog afspraken en lijkt organisatorisch volwassen.

LEES OOK: Visma-LaB herbergt verdoken troefkaart voor klassiekers
Wanneer overvloed tegenwerktEn toch blijft er ruis. Op momenten dat UAE alles in handen heeft, slaagt het er opvallend vaak in om zichzelf te dwarsbomen. Interne spanningen, misverstanden vanuit de volgwagen en individuele interpretaties van teamorders hebben meerdere keren goud gekost. De wrijving rond Juan Ayuso, de verwarring op de Finestre met Isaac del Toro, de vrijbuitersdrang van Brandon McNulty en het ongeleide karakter van renners als Marc Soler en Jan Christen: het zijn geen incidenten meer, maar patronen.
Wat daarbij schuurt, is de externe communicatie. Zelden erkent UAE openlijk fouten. Del Toro liet na het seizoen voorzichtig verstaan dat hij zich op de Finestre onvoldoende gesteund voelde, maar een expliciete mea culpa bleef uit. Of dat een bewuste strategie is of een blinde vlek, blijft gissen. Feit is dat het managen van zoveel ego’s een vak apart is, en dat UAE die complexiteit deels zelf heeft gecreëerd. Zelfs bij het afscheid van Ayuso werd het moddergevecht aan beide kanten gevoerd, wat vragen oproept over volwassenheid aan de top.

De stille orde van Pogacar
Temidden van die chaos is er één constante. Zodra Tadej Pogacar aan de start staat, valt alles op zijn plaats. De hiërarchie wordt vanzelfsprekend, de koerslogica helder. Zijn aanwezigheid werkt ontmijnend. Geen discussie, geen parallelle agenda’s: alles draait rond één leider. Pogacar sloot 2025 af met het bekende refrein van zijn “beste jaar ooit”, maar belangrijker is dat hij zichzelf blijft heruitvinden. Rusten op verworvenheden past niet bij zijn natuur.
Dat besef leeft ook bij de ploegleiding. Matxin waarschuwt intern dat de voorsprong geen garantie is. Andere teams beginnen te begrijpen hoe UAE werkt, waardoor stilstand achteruitgang betekent. Volgens de Spanjaard is er geen geheime formule, wel een combinatie van honger, respect en menselijkheid. Die cultuur valt niet te kopen, hoe groot het budget ook is.
Pogacars persoonlijke verlanglijstje spreekt boekdelen. Milaan-Sanremo en Parijs-Roubaix staan nog altijd open, net als zijn ambitie om meerdere monumenten structureel naar zijn hand te zetten. Het gerucht over een nakend pensioen werd door hemzelf resoluut ontkracht. Met een contract tot 2030 is er geen haast, geen vermoeidheid die tot stilstand dwingt. Integendeel: ploeggenoten benadrukken hoezeer hij geniet van het leven als profrenner.

Nog rek op het godenkind
Wat de concurrentie pas echt verontrust, is het idee dat Pogacar nog niet aan zijn plafond zit. Volgens de technische staf is er nog marge, zowel fysiek als mentaal. Meer trainingsjaren, meer taaiheid, meer weerstand tegen de zware belasting. Zijn vermogen om arbeid te verteren blijft ongeëvenaard, en net daarin schuilt het verschil met de rest van het peloton. Terwijl rivalen hopen de kloof te dichten, schuift Pogacar zijn grenzen verder op.
Daarom kiest UAE in 2026 expliciet voor voorzichtigheid. Het wedstrijdprogramma van zijn kopman wordt opvallend licht gehouden. Tegen eind april zou hij amper vijf koersdagen in de benen hebben, monumenten inbegrepen. Frisse benen en een heldere geest krijgen absolute prioriteit. De commerciële en mediaverplichtingen verdwijnen niet, maar worden beter ingebed om roofbouw te vermijden. De schaduw van een uitgebluste indruk in de Tour wil men koste wat kost vermijden.

De volgende generatie
Dat UAE zich die luxe kan permitteren, heeft ook te maken met de diepte van de kern. Isaac del Toro geldt als de kroonprins in wording. Hij trekt mee naar de Tour om te leren, niet om over te nemen. Zijn rol is die van leerling, met Pogacar als regisseur. Op langere termijn wordt hij zorgvuldig klaargestoomd, waarbij zijn mentale belasting dagelijks wordt gemonitord. Het credo is simpel: een gelukkige renner presteert beter.
2026 draait bij UAE niet om revolutie, maar om verfijning. De zeldzame lacunes moeten worden gedicht, de interne discipline aangescherpt. Winnen blijft de norm, maar de manier waarop krijgt steeds meer gewicht. Records zijn bijzaak, zegt men, al is niemand blind voor de symboliek van een mogelijke century aan zeges.

Ambitie zonder rem
Transfers passen in datzelfde verhaal. Met Benoît Cosnefroy, Kevin Vermaerke en Adria Pericas wordt de kern ververst, terwijl het vertrek van renners als Juan Ayuso en Rafal Majka ruimte creëert voor nieuwe verhoudingen. Het vertrek van Majka, die zijn fiets aan de haak hangt, markeert het einde van een tijdperk. De ploeg verandert, maar verliest haar honger niet.
De teller voor 2026 is intussen al op gang getrokken. En dat terwijl Pogacar pas later aan zijn campagne begint. UAE heeft geleerd dat dominantie onderhoud vergt. Wie bovenaan wil blijven, moet blijven bewegen.
De vraag richting de Tour is dan ook niet of UAE zal winnen, maar hoe. En vooral: of de ploeg erin slaagt haar overvloed te kanaliseren zonder zichzelf opnieuw in de weg te zitten. Want als zelfs de leider nog beter kan worden, ligt de lat opnieuw hoger. Dan toch op weg naar een record?
WN Redactie