Al jaar en dag worden ze in één adem met elkaar genoemd, Mathieu van der Poel en Wout van Aert. De laatste tijd lijkt het er echter op dat de rivaliteit toch wat is gaan liggen tussen beide. Is dat zo, of is dit eerder denkbeeldig? Wout van Aert geeft het antwoord.
LEES OOK: Van Aert verklaart opvallende keuzes voor 2026: "Openstaande rekening"
Een mediading“Een goede vraag”, wist hij te antwoorden op de mediadag van Visma-Lease a Bike. “Ik denk dat die rivaliteit er nog altijd is, maar ze was volgens mij altijd groter voor jullie dan voor ons. Niet alleen voor jullie, maar voor de buitenwereld in het algemeen”, oordeelt hij bij CyclingUptoDate.
“In het veldrijden is die rivaliteit zichtbaarder, omdat we daar vaak met z’n tweeën voorop eindigen. Het leek alsof we alleen tegen elkaar reden. Op de weg is dat heel anders: daar zijn er altijd meer renners in het spel”, duidt Van Aert op de grotere concurrentie om zeges.
“Ook nu, in een aantal klassiekers, is er een grote tegenstander bijgekomen”, doelt hij op Tadej Pogacar. “Die rivaliteit is er nog, maar natuurlijk is het palmares van Mathieu wat groter dan het mijne”, kan de Kempenaar ook niet naast de feiten heen.
Wat niet maakt dat hij toch het gevoel heeft Van der Poel nog steeds aan te kunnen. Zoals in Mol, waar Van Aert onfortuinlijk uitviel. “Ik kwam terug bij hem en had ook het gevoel dat ik kans had om te winnen, maar het gebeurde niet”, zegt hij daarover.

Terug naar de roots
Straks moet het alvast wel gaan gebeuren in De Ronde van Vlaanderen en Parijs-Roubaix – of dat is toch de bedoeling – dit jaar met de oude aanpak. Strade Bianche en Milaan-Sanremo – waar er ook een duel zal volgen – komen immers terug in het programma van Van Aert.
Toch vond hij het de moeite om die koersen 2 jaar links te laten liggen: “Ja, dat denk ik wel. In ’24 had ik gewoon pech. En vorig jaar, in ’25, zat ik op een heel goed niveau. Maar anderen waren beter. Het was zeker de moeite om een andere aanpak te proberen.”
Kevin De Jonghe