Marginal gains, u heeft er ongetwijfeld wel al van gehoord in het wielrennen. En dat gegeven uit zich op alle vlakken, zelfs op het dragen van speciale kledij. Zo zijn er intussen ploegen aan het werk met broeken die doelbewust té krap zitten. Blood flow restriction, heet de nieuwigheid.
LEES OOK: Patrick Lefevere keihard aangepakt: “Je bent een idoot!”
Strakke broekNu ja, nieuwigheid. In het peloton is het beperken van de bloedcirculatie na training of wedstrijd al langer bekend, nu begint het ook echt aan populariteit te winnen. Soudal Quick-Step en Tudor Pro Cycling Team werken sedert dit seizoen samen met Hytro. Zij specialiseren zich in de techniek die geïntegreerd zit in zowel broek als t-shirt.
In het wielrennen gaat de aandacht dan voornamelijk naar de broek. Het been wordt niet volledig afgekneld, maar de terugstroom van het bloed uit de spier wordt wel teruggehouden. Zo is er minder zuurstof in de spier, die dan een grotere prikkel ervaart dan eigenlijk het geval is. Het lijkt dus simpel gezegd een zwaardere training, simpelweg door de broek te dragen.
Niet voor amateurs

Maar er heerst wel wat controverse over het gegeven. Manu Wemel, kinesitherapeut bij Quick-Step, maakt bij Het Nieuwsblad duidelijk dat het wel degelijk veilig is: “We moeten er uiteraard redelijkerwijs van kunnen uitgaan dat het werkt, het moet veilig zijn en laagdrempelig in gebruik.”
“Het gaat niet alleen om de tool zelf, ook hóe je hem gebruikt. We hebben inmiddels behoorlijk wat knowhow opgebouwd, maar daar ga ik natuurlijk niet alles over prijsgeven. We hadden vorig seizoen 54 overwinningen en willen graag onze voorsprong behouden”, lacht Wemel.
Die – niet onbelangrijk – wel meegeeft dat het niet meteen iets is om als amateur zomaar mee aan de slag te gaan: “Als wielertoerist moet je in het achterhoofd houden dat het om een marginal gain gaat: rust en slaap zijn veel fundamenteler. Voor een veilig en effectief gebruik van blood flow restriction, is het ook belangrijk dat je het onder begeleiding doet, bijvoorbeeld bij een sportkinesitherapeut”, besluit Wemel.
Kevin De Jonghe