Voor José De Cauwer stond één duel met stip bovenaan in het wielerjaar: de botsing tussen Mathieu van der Poel en Tadej Pogacar in de slotfase van Parijs-Roubaix. In De Laatste Etappe blikte de Belgische commentator terug op het seizoen, samen met Tom Dumoulin en presentator Sander Kleikers. En daarbij kwam al snel één fragment bovendrijven dat er volgens hem met kop en schouders bovenuit stak.
Hij doelde op die merkwaardige, bijna onopgemerkte slip van Pogacar, tien kilometer voor de finish. Geen echte val, maar wel een moment waarop hij even van de fiets moest. Wat volgde, noemt De Cauwer zonder aarzelen het mooiste dat hij in 2024 heeft gezien. De manier waarop de twee grootheden elkaar daar bespeelden, op hoge snelheid over het asfalt, maakte diepe indruk.
LEES OOK: De Cauwer deelt ronkend advies voor Evenepoel en Vingegaard
Een duel dat je zelden zietVolgens De Cauwer was het geen verrassing dat Pogacar op dat moment de betere tijdrijder was. De omstandigheden — vlak, strak asfalt, hoge snelheid — waren in zijn voordeel. Toch was het Van der Poel die hem wist te kraken. En precies dat maakt het gevecht voor De Cauwer zo bijzonder. Waar de Tour bergop geen echte strijd opleverde, kreeg hij hier precies wat hij miste: twee kampioenen die tot het uiterste gaan.
Hij plaatste het duel zelfs boven de Tour de France. Niet omdat de Tour onbelangrijk is, maar omdat échte confrontaties tussen klassementsmannen tegenwoordig zeldzaam zijn. Dit was een ander soort koers, een ander soort lef, en volgens de 76-jarige Belg het echte wielrennen.

Pogacar wíl het gevecht
De Cauwer spaarde ook zijn lof niet voor Pogacar als ronderenner die bewust kiest voor Parijs-Roubaix. In zijn ogen is het bijna revolutionair dat iemand met Tour-ambities zich in de Hel van het Noorden stort — en dan ook nog meespeelt om de winst. Daarmee, zegt hij, ontkracht Pogacar in één klap elke twijfel over wie de beste wielrenner ter wereld is. Dumoulin kon zich daar alleen maar bij aansluiten.
Toch gebruikte De Cauwer Pogacar’s lef ook als contrast met Jonas Vingegaard. Die kiest traditioneel voor een minimaal wedstrijdprogramma richting de Tour en liet zich in de laatste etappe van dit jaar zelfs niet zien toen Wout van Aert won. Volgens De Cauwer had een kopman op dat moment naast zijn ploeggenoot moeten rijden. Zeker wanneer je concurrent Pogacar laat zien dat hij overal — zelfs in Roubaix — het gevecht wil aangaan.
En daar zit voor De Cauwer de kern van het verhaal. Waar Pogacar nergens voor terugdeinst, blijft Vingegaard kiezen voor veiligheid. Pogacar gaat gewoon Parijs-Roubaix rijden, zelfs al schreeuwt elke ploegleider in hem dat hij dat risico niet zou moeten nemen. Juist dat, zegt De Cauwer, maakt zijn koerslust bijna krankzinnig, maar vooral onvergetelijk.
WN Redactie