Tadej Pogacar heeft een bijzonder moeilijke periode achter de rug na zijn zware val in de Vuelta a España. De Sloveense wereldkampioen liep daarbij meerdere breuken en een hersenschudding op, maar vooral de mentale gevolgen bleken bijzonder zwaar. In een openhartig interview met The Athletic vertelt de kopman van UAE Team Emirates-XRG hoe hij na zijn operatie in een diep dal terechtkwam en zelfs thuis nauwelijks nog plezier kon vinden. “Ik was gewoon depressief”, geeft hij toe.

Pogacar kwam op 29 augustus tijdens de achtste etappe van de Vuelta hard ten val, waarbij hij drie wervels en zijn linkersleutelbeen brak. Daarnaast liep hij een hersenschudding op, die gepaard ging met misselijkheid, duizeligheid en problemen met zijn coördinatie. De gevolgen waren zo ernstig dat hij aanvankelijk nauwelijks zelfstandig kon functioneren, terwijl ook de noodzakelijke operatie nog twee dagen op zich liet wachten.
LEES OOK: Pogacar denkt aan nieuwe stap in carrière: "Ik wil het zeker uitproberen"
Pogacar beleefde loodzware dagen in ziekenhuisDe Sloveen vergelijkt zijn situatie met zijn eerdere blessure in 2023, toen hij tijdens Luik-Bastenaken-Luik zijn pols brak en eveneens onder het mes moest. Destijds kon hij na de ingreep nog lachen om de situatie, maar ditmaal was zijn stemming volledig anders. “Toen moest ik geopereerd worden en was ik nog helemaal high van de narcose. Ik maakte allerlei grapjes”, herinnert hij zich, waarna hij benadrukt dat hij tijdens zijn recente ziekenhuisopname vooral worstelde met zijn machteloosheid.
Vooral de dagen voorafgaand aan de operatie waren bijzonder zwaar, omdat Pogacar vrijwel niets zelfstandig kon ondernemen en volledig afhankelijk was van de mensen om hem heen. “Ik moest door de ploegarts geholpen worden met douchen. Zelf kon ik dat niet”, vertelt de wereldkampioen, die bij iedere poging om overeind te komen opnieuw duizelig werd. Zelfs zijn hoofd naar beneden bewegen leverde problemen op, waardoor hij nauwelijks kon geloven hoe snel zijn situatie was veranderd.
Ook na de operatie kwam de gehoopte opluchting niet, want Pogacar voelde zich zowel lichamelijk als mentaal nog altijd bijzonder slecht. Waar hij na zijn eerdere polsbreuk nog grapjes maakte met het ziekenhuispersoneel, kon hij ditmaal zelfs de humor van zijn behandelend arts niet waarderen. “Ik voelde me na de operatie echt depressief”, erkent de Sloveen, die daarmee duidelijk maakt hoe groot de impact van zijn val was.
Ook thuis bleef Pogacar worstelen met mentale problemen
Eenmaal terug in zijn vertrouwde omgeving bleek het dieptepunt bovendien nog niet voorbij, want ook thuis lukte het Pogacar nauwelijks om zijn gebruikelijke positieve instelling terug te vinden. “Ik zat er echt doorheen”, vertelt hij, waarbij hij toegeeft dat zijn stemming ook invloed had op zijn omgeving. Vooral zijn partner Urška Žigart kreeg veel van zijn moeilijke periode mee, terwijl de Sloveen zelf het gevoel had dat hij nergens meer plezier of voldoening uit kon halen.

Pas toen Pogacar voorzichtig zijn trainingen kon hervatten, begon zijn mentale toestand geleidelijk te verbeteren. De eerste sessies op de indoortrainer en zijn dagelijkse bezoeken aan de fysiotherapeut gaven hem opnieuw structuur en het gevoel dat hij vooruitgang boekte. Toch verliep dat herstel allesbehalve vanzelfsprekend, want volgens de wereldkampioen bleef iedere dag opnieuw een uitdaging. “Toen ik weer op de indoortrainer kon stappen en iedere dag naar de fysiotherapeut ging, begon ik me beter te voelen. Ook mentaal. Maar het was een dagelijkse strijd.”
WN Redactie