Het verhaal is al enkele jaren hetzelfde: het veldrijden zit met een probleem. De belangstelling ligt gevoelig lager dan tien à twintig jaar geleden en zeker wanneer de grote vedetten ontbreken, is het soms zoeken naar spektakel en uitstraling.
Ook Eli Iserbyt ziet dat de sport voor een aantal uitdagingen staat. De West-Vlaming wijst daarbij op verschillende factoren, maar spaart ook de kritiek op de huidige generatie crossers en de manier waarop de sport evolueert niet.
LEES OOK: Wellens plaatst duidelijke kanttekening bij terugkeer Van Empel
Geen rivaliteit meer"Ofwel is de cross niet interessant genoeg, ofwel zijn de supporters van 20 jaar geleden er nu niet meer", opent Iserbyt het debat bij Sporza Daily. "Je voelt dat de cross zoekt naar een jonger publiek. Denk aan de feestelijkheden en de optredens. Onze sport is zich wat aan het herpositioneren, maar spectaculair is het niet meer. De parcours zijn ook zo braaf”, ziet hij een eerste werkpunt.
Toch ligt het probleem volgens Iserbyt niet uitsluitend bij de parcoursen of de omkadering. Ook het gebrek aan uitgesproken rivaliteit speelt volgens hem een rol, zoals die vroeger schering en inslag waren. "We missen ook een soort van rivaliteit of een verhaal van het begin tot het einde, zoals Bart Wellens en Sven Nys destijds", mijmert Iserbyt.

Het pikante karakter is verdwenen
De sport heeft met andere woorden nieuwe vedetten van doen, al ligt dat niet voor de hand, beseft ook Iserbyt. "Je kan van die andere jongens niet verwachten dat ze, zonder echt palmares, hoog van de toren blazen", klinkt het.
Daarbij merkt Iserbyt nog een opvallende (d)evolutie op. Volgens hem is er vandaag steeds minder ruimte voor uitgesproken persoonlijkheden, zoals hij er zelf ook zeker eentje was. "Vandaag mag je ook niet meer zeggen dat je ambitie hebt, want dan ben je arrogant. Geef je een duw, dan ben je crapuleus. Dat is toch jammer?"
Volgens Iserbyt was er vroeger meer ruimte voor spanning en emotie, iets wat nu verdwenen is. "Vroeger kregen de crossers haatbrieven en zelf wilde ik ook peper en zout toevoegen, maar al die bagger ... Dat is het niet waard. Dan word je braaf en dat mag niet."
Kevin De Jonghe