Eli Iserbyt maakt zich grote zorgen over de toekomst van het veldrijden. De Belg ziet met lede ogen aan hoe de kalender van de Superprestige steeds verder wordt ingekort en vreest dat de discipline daardoor aan aantrekkingskracht verliest. Volgens de tweevoudige eindwinnaar van het klassement wordt er steeds meer rekening gehouden met het wegwielrennen, waardoor de traditionele veldritwinter langzaam maar zeker aan betekenis inboet. Ook de beperkte winterprogramma's van grote namen als Wout van Aert en Mathieu van der Poel passen volgens hem binnen die bredere ontwikkeling.

De Superprestige ging afgelopen zondag van start met de Druivencross in Overijse, waar Michael Vanthourenhout meteen de eerste overwinning van het klassement op zijn naam schreef. Toch zorgde de openingsmanche niet uitsluitend voor positieve reacties, want de vernieuwde kalender roept bij verschillende betrokkenen de nodige vragen op. De competitie telt weliswaar nog altijd acht wedstrijden, maar wordt dit seizoen over een aanzienlijk kortere periode afgewerkt dan voorheen.
Waar de Superprestige traditioneel tot diep in februari doorliep, staat de laatste manche ditmaal al op 2 januari in Gullegem gepland. Ook verschillende andere wedstrijden hebben een nieuwe plaats op de kalender gekregen, waarbij vooral de verschuiving van de Noordzeecross in Middelkerke naar 5 november opvalt. Daarnaast wordt de cross in Ruddervoorde pas op 6 december georganiseerd, terwijl die de afgelopen seizoenen juist regelmatig het startschot van het klassement vormde.
LEES OOK: Ondanks nieuwe triomf: Lucinda Brand heeft vervelend nieuws
Iserbyt niet te spreken over nieuwe kalender: "Nu is het een momentopname geworden"Voor Iserbyt, die de Superprestige in het verleden tweemaal op zijn naam schreef, betekenen de veranderingen dat het oorspronkelijke karakter van de competitie steeds verder verloren gaat. Volgens de Belg was het klassement jarenlang juist bijzonder waardevol omdat renners gedurende een volledige winter moesten bewijzen hoe constant ze konden presteren. Door de kortere periode waarin de wedstrijden tegenwoordig plaatsvinden, is dat volgens hem steeds minder het geval.
"Tien jaar geleden duurde de Superprestige van begin oktober tot midden februari. Toen kon je nog spreken van een regelmatigheidscriterium. Nu is het een momentopname geworden", vertelt Iserbyt tegenover Het Nieuwsblad, waarbij hij zich nadrukkelijk afvraagt of de huidige ontwikkeling wel in het belang van de veldritsport is.
De Belg vreest bovendien dat de veranderingen niet uitsluitend gevolgen hebben voor de sportieve waarde van het klassement. Ook de commerciële aantrekkingskracht van het veldrijden kan volgens hem onder druk komen te staan, aangezien sponsors gebaat zijn bij een sport die gedurende meerdere maanden volop in de belangstelling staat. Wanneer belangrijke wedstrijden steeds dichter op elkaar worden georganiseerd en complete klassementen al begin januari worden afgesloten, wordt het volgens Iserbyt moeilijker om die langdurige zichtbaarheid te garanderen.
Daar komt bij dat renners hun programma steeds zorgvuldiger moeten samenstellen. Door de opeenstapeling van wedstrijden worden ze regelmatig gedwongen om keuzes te maken tussen verschillende klassementen, terwijl een bredere spreiding volgens Iserbyt juist meer mogelijkheden zou bieden om gedurende de volledige winter actief te blijven.
Ook invloed van Van Aert en Van der Poel speelt mee in discussie
De kritiek van Iserbyt raakt aan een bredere ontwikkeling binnen het moderne veldrijden, waarin het wegwielrennen een steeds belangrijkere rol speelt. Grote namen als Van Aert en Van der Poel stemmen hun veldritprogramma al jarenlang af op hun ambities op de weg, waardoor ze doorgaans slechts een beperkt gedeelte van de winter in actie komen. Ook andere renners kiezen tegenwoordig steeds vaker voor een combinatie van beide disciplines, waarbij een volledige crosswinter niet langer vanzelfsprekend is.
Volgens Iserbyt dreigt het veldrijden daardoor steeds meer terrein prijs te geven. "Er wordt meer en meer geweken voor het wegwielrennen", waarschuwt de Belg, die vooral vreest dat de traditionele veldritkalender steeds verder wordt aangepast aan de wensen en belangen van het wegpeloton.
Daarmee geeft Iserbyt niet zozeer Van Aert en Van der Poel persoonlijk de schuld van de veranderingen, maar wijst hij vooral op een ontwikkeling waarbij het veldrijden volgens hem steeds vaker ondergeschikt wordt gemaakt aan andere wielerdisciplines. De vrees bestaat dat steeds meer renners minder crossen gaan rijden, waardoor ook de belangstelling van supporters en sponsors op langere termijn kan afnemen.
Flanders Classics verdedigt wijzigingen in Superprestige
Bij Flanders Classics, dat verantwoordelijk is voor de organisatie van de Superprestige, wordt de kritiek op de nieuwe kalender ondertussen anders bekeken. De organisator benadrukt dat de verschuivingen vooral zijn ingegeven door praktische omstandigheden, waarbij onder meer rekening moest worden gehouden met het WK veldrijden in Oostende, dat eind januari 2027 op het programma staat.

Zo werd de Noordzeecross in Middelkerke verplaatst omdat de traditionele datum in februari ditmaal niet mogelijk was. Door de wedstrijd naar november te verschuiven en Ruddervoorde een plaats in december te geven, denkt Flanders Classics juist een aantrekkelijke kalender te hebben samengesteld. Volgens de organisatie is er dan ook geen sprake van een bewuste poging om de Superprestige steeds nadrukkelijker af te stemmen op het wegwielrennen.
Toch neemt die uitleg de zorgen van Iserbyt voorlopig niet weg. De Belg ziet vooral een sport die door de jaren heen steeds meer van haar traditionele plaats op de kalender lijkt te verliezen, terwijl de veldritspecialisten juist gebaat zijn bij voldoende wedstrijden gedurende de volledige winter. Met de vroege ontknoping van de Superprestige in januari is de discussie over de toekomst van het veldrijden dan ook opnieuw aangewakkerd.
WN Redactie