De grootste sensatie aan de startlijn van de Tour de Femmes? Dat is mogelijk wel een Belgische. Sandrine Tas is op haar 30ste immers nog maar bezig aan haar eerste seizoen als wielrenster, maar gooit nu al hoge ogen. Als beloning voor haar sterke prestaties is ze opgenomen in de Tourselectie van haar ploeg.
LEES OOK: Belgische sensatie aan start Tour: "Benieuwd waar ik sta"
Van het IJs naar de wegTas was voordien actief als schaatsster, maar maakte dit jaar de overstap naar het wielrennen. Die keuze blijkt voorlopig een schot in de roos. De Belgische rijgt de knappe resultaten aan elkaar, met onder meer twee podiumplaatsen op het Belgisch kampioenschap en twee ritzeges in de Bretagne Ladies Tour. Nu kijkt ze vol enthousiasme uit naar haar debuut in de Tour de Femmes.
"Eigenlijk was de Tour stiekem wel een doel sinds ik wist dat de ploeg zou deelnemen. Ik had het hele klassieke voorjaar gemist omdat ik nog op het ijs stond, dus dit was het eerste echt grote doel dat ik mezelf kon stellen.”
“Ik wilde bewijzen dat ik het waard was om erbij te zijn. Dat het uiteindelijk ook gelukt is, daar ben ik heel trots op”, klinkt het op de clubwebsite van Lotto-Intermarché.

Met ambitie naar Frankrijk
Tas put veel vertrouwen uit haar eerste maanden als profwielrenster. De resultaten overtroffen zelfs haar eigen verwachtingen. "Ik ben altijd kritisch voor mezelf, maar het was zelfs beter dan ik verwacht had. In de Waalse Pijl, mijn eerste WorldTour-koers, voelde ik me eigenlijk meteen thuis. Daarna won ik twee ritten in Bretagne en pakte ik twee medailles op het Belgische kampioenschap."
In de Tour verwacht Tas opnieuw een flinke stap vooruit qua niveau. "Ik verwacht dat er in de Tour nog sneller gekoerst zal worden dan ik gewend ben. Hoeveel sneller precies, weet ik niet. Ik ben enorm benieuwd om het te ontdekken”
Haar eigen doelen heeft ze alvast duidelijk vastgepind. “Ik hoop vooral dat ik me eens kan mengen in een sprint op dit niveau. Daarnaast ben ik heel benieuwd waar ik in het tijdrijden sta tegenover de absolute wereldtop."
Kevin De Jonghe