Een mokerslag van jewelste, anders kon je de uitsluiting van Lorena Wiebes in de Giro Donne niet benoemen. De Nederlandse moet dit alles allemaal even laten bezinken, maar gaf nu toch een korte reactie.
LEES OOK: 'Giro-exit Wiebes krijgt nog stevig staartje'
Strijdvaardige WiebesDat doet Wiebes via haar sociale media. Op Instagram komt de renster van Team SD Worx-Protime met een overzicht van mei, een maand die voor haar op een bijzonder zure manier is geëindigd. Echter laat Wiebes zich niet kennen.
‘The show must go on’, schrijft ze immers. Het toont aan dat Wiebes het hoofd absoluut niet laat hangen. Tegelijkertijd vervalt ze niet in gratuite beschuldigingen, ook al zal deze diskwalificatie ongetwijfeld bijzonder oneerlijk aanvoelen.
Een enorme klap
Het zijn de eerste woorden van Wiebes zelf, eerder had ploegleider Danny Stam zich al uitgelaten over de toestand van de renster. "Lorena is al naar huis. Ze reageerde natuurlijk heel zwaar teleurgesteld. We komen hier met een doel om drie of vier ritten te winnen wat denk ik ook realistisch is. Lorena leefde hier enorm naar toe”, klonk het bij NOS.
"Als je dan op zo'n manier uit de Giro wordt gezet, dan is dat natuurlijk heel pijnlijk. Daarom hebben we ervoor gekozen om haar zo snel mogelijk terug naar Nederland te brengen."
Ook haar zaakwaarnemer André Boskamp liet zich al horen tegenover Wielerflits. “Toen Lorena zondag terug was in Nederland, is ze door haar ouders opgehaald van Schiphol en is ze ’s middags naar het strand gegaan om even uit te waaien, om alles even te laten bezinken. Ze was een hoopje ellende”, maakt de Nederlander duidelijk dat Wiebes inderdaad erg aangeslagen was.
Opvallend: diezelfde Boskamp wist uit de doeken te doen dat Wiebes intussen op vakantie is getrokken naar Italië. “Om daar eventjes te bekomen van al deze indrukken”, stelt hij. “Ze had extreem naar deze Giro toegeleefd en nu gaat ze er lekker een paar dagen tussenuit. Lorena heeft de fiets wel mee, maar ze laat vooral alles bezinken. En ze is even een paar dagen niet bereikbaar om te praten.”
Kevin De Jonghe