Voor Wout van Aert werd een vierde plaats – net als vorig jaar – het hoogst haalbare in de Ronde van Vlaanderen. Komende zondag volgt Parijs-Roubaix, waar hij volgens meniig wielerkenner meer hoop voor mag koesteren. Al lijkt niet iedereen daar (volledig) mee akkoord.
LEES OOK: "Zelden zo gezien": Alpecin stelt Pogacar openlijk in vraag
Mindere Van AertWant zo was Bobbie Traksel bijvoorbeeld best kritisch voor onze landgenoot bij Kop over Kop, de podcast van Eurosport. Hij vond Van Aert in De Ronde immers op een minder niveau acteren dan de wedstrijden ervoor.
“Toch een beetje gek, maar toen was het natuurlijk ook niet ten opzichte van ‘die mannen’, waarmee Traksel uiteraard doelt op voornamelijk Tadej Pogacar, en deels op Mathieu van der Poel. Die laatste was er in Dwars door Vlaanderen ook niet bij.
“Ik had het gevoel dat Van Aert iets minder was”, blijft Traksel dan ook bij zijn standpunt. Voor zondag is het strijdplan duidelijk: “Hij moet in de finale zien te geraken en op zijn sprint rekenen, of proberen wegrijden als ze naar elkaar kijken. Hij moet alvast zo fris mogelijk in de finale komen”, oordeelt Traksel.

Positionering blijft een issue
Daarbij ziet de Nederlander evenwel een (terugkerend) probleem bij Van Aert. Ook in De Ronde was zijn positionering immers niet altijd optimaal, in Parijs-Roubaix wordt dit minstens van even groot belang, zeker omdat er mogelijk minder snel een afscheiding zal komen in het peloton.
“Hij zat nog steeds ver naar achter, en nog steeds met het duwen en wringen richting bochten... dat is dan toch een probleem. Op elke kasseistrook heb je dat ook, dat wordt niet minder in Roubaix”, weet Traksel. Toch maar hopen op een vroege selectie, oordeelt Eurosport-collega Jeroen Vanbelleghem.
Maar dan is de Belgische commentator evenzeer nog niet overtuigd dat Van Aert effectief zal kunnen meedingen naar winst. “Als Pogacar en Van der Poel weer het tempo van vorig jaar opleggen, wat ik verwacht, gaan die mannen al blij zijn dat ze kunnen volgen”, aldus Vanbelleghem.
Kevin De Jonghe