Een nieuwe koers, een nieuwe overwinning voor Tadej Pogacar. Ook de Mathieu van der Poel en de troepen van Alpecin-Premier Tech moesten opnieuw het onderspit delven. Al koesteren ze daar wel hoop voor Parijs-Roubaix, en dat om een opvallende reden…
LEES OOK: Collega pakt sensationeel uit over Remco Evenepoel
Mathieu (bijna) de evenknieHet vertrouwen bij Alpecin is alvast niet aangetast na Vlaanderens Mooiste van afgelopen zondag. Zo zagen ze daar zelf immers een sterke Van der Poel, die tot op een zekere hoogte de gelijke bleek van Pogacar. Tot die verdomde derde passage op de Oude Kwaremont.
“Net voor de voet van de tweede passage over de Oude Kwaremont was Mathieu ongelukkig uit positie gemanoeuvreerd, maar maakte hij de achterstand op Pogacar goed op het steilste stuk van de klim. Ook nadien kon hij de gaten die eerst Pedersen en dan Van Aert lieten vallen, snel pareren”, liet ploegleider Christoph Roodhooft optekenen bij De Morgen.
Getekende Pogacar
Richting Parijs-Roubaix van komend weekend koesteren ze dan ook een grote hoop om de wereldkampioen daar wél te kunnen verslaan. Sowieso is Van der Poel uiteraard een grootmeester van de kasseien, en zijn er daar geen beklimmingen waar Pogacar zijn voordeel uit kan halen.

Maar bij Alpecin blijken ze nog iets te hebben opgemerkt. Namelijk dat Pogacar er wel héél moe uitzag na de finish in Oudenaarde. “Ik zag een getekende Pogacar toen hij over de streep reed. Ik heb hem zelfs zelden zo getekend gezien na een eendagskoers”, liet Kristof De Kegel, Head of Performance, optekenen.
“Mocht Pogacar er op dag negen in de Tour zo vermoeid uitzien, zou ik mij zorgen maken over de goede afloop”, hield De Kegel zich niet in. Bij Visma-Lease a Bike hadden ze echter niet bepaald hetzelfde idee over de Sloveen.
“Ik heb Pogacar in de Tour al meer getekend gezien dan na deze Ronde van Vlaanderen”, luidde het bij Mathieu Heijboer, Head of Performance bij Visma. “De grootste hoop voor ons en de andere ploegen is dat er in Roubaix geen hellingen zijn waar Pogacar het verschil kan maken.”
Kevin De Jonghe